Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand – eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen – zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Of een ruimte een woning is, wordt niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw en de aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daaraan werkelijk gegeven bestemming. Er dient ‘de facto’ en ‘de animo’ gewoond te worden. Of dit het geval is kan onder meer blijken uit de Basisregistratie personen (Brp), de inrichting en het feitelijke gebruik dat van de ruimte wordt gemaakt. De woning behoeft niet in een woonhuis te zijn gelegen. Onder omstandigheden kan ook een hotelkamer of ander recreatieverblijf als woning gelden.
Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de Brp staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner. Als er wél sprake is van een bewoner, dan leidt diens tijdelijke afwezigheid, bijvoorbeeld wegens vakantie of opname in een ziekenhuis, er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest.
Niet tot een woning behoren die ruimten die in het geheel niet voor bewoning zijn bestemd en ook niet als zodanig worden gebruikt en die van buitenaf via een eigen ingang kunnen worden betreden. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal en valt daarmee onder het handhavingsbeleid dat voor lokalen geldt. Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de illegale drugshandel in één van de verhuurde kamers is geconstateerd dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Gelet op het feitelijke gebruik ervan kan deze kamer in principe worden aangemerkt als afzonderlijke woning. De beleidslijn is echter om uit te gaan van een gehele sluiting van de woning. Dit met het oog op de doelstelling van Opiumwet 13b, het verwijderen van een drugspand uit het drugscircuit. Doorgaans zal een woning als zodanig en niet (alleen) een zich daarin bevindende specifieke kamer bekend staan als drugspand.
In geval van woningen in eigendom van een woningcorporatie wordt in beginsel niet overgegaan tot sluiting van de woning op basis van deze beleidsregels, maar volgt een waarschuwing. Deze uitzondering is in de jurisprudentie aanvaard (zie daarvoor o.a. ECLI:NL:RVS:2016:2770 r.o. 3.2). Woningcorporaties en gemeente hebben een bijzondere verantwoordelijkheid op grond van de Huisvestingswet waardoor een andere belangenafweging voorligt. De woningcorporaties zijn tevens partner in het Regionaal Hennepconvenant en verplichten zich daarmee tot het laten opzeggen van de huurovereenkomst door de huurder(s) of tot het laten ontbinden van de huurovereenkomst via de rechter. Gebeurt dat niet, dan kan de woning alsnog worden gelsoten.
De handhavingsmatrix is gebaseerd op een vaste tabel met een aantal indicatoren die per situatie te beoordelen zijn. Door gebruik te maken van indicatoren wordt een zorgvuldige belangenafweging gemaakt, waarbij in het bijzonder rekening is gehouden met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De indicatoren kunnen in een concrete situatie leiden tot het verkorten of juist verlengen van de sluitingstermijnen uit de handhavingsmatrix. Daarnaast kan de burgemeester op basis van de indicatoren kiezen voor een waarschuwing in plaats van sluiting.
Uitgangspunt van de wetgever is blijkens de Kamerstukken dat bij een woning gelet op het woonrecht getrapte sanctionering plaatsvindt, inhoudend dat een sluitingsmaatregel altijd vooraf gegaan wordt door een waarschuwing, tenzij er sprake is van een ‘ernstig geval’. De jurisprudentie heeft het begrip ‘ernstig geval’ inmiddels ingevuld.
Het onderstaande uitgangspunt van sluiting bij de eerste overtreding gaat uit van de veronderstelling dat er sprake is van een ernstige geval. Bij aanwezigheid van verzachtende indicatoren, zonder dat hier verzwarende feiten tegenover staan, is er geen sprake meer van een ernstig geval en moet op grond van jurisprudentie dus eerst gewaarschuwd worden.
Door dit beleid wordt voldaan aan de wens van de wetgever en het is in overeenstemming met de jurisprudentie.
Het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van drugs (eerste overtreding)
Sluiting voor de duur van drie maanden
binnen vijf jaar opnieuw een overtreding ten aanzien van drugs (tweede overtreding)
Sluiting voor de duur van drie maanden
een derde en volgende overtreding wordt geconstateerd ten aanzien van drugs (derde en volgende overtredingen
Sluiting voor de duur van twaalf maanden
Verzachtende indicatoren
Onder andere de volgende indicatoren kunnen als verzachtend worden beschouwd. Dat kan tot een kortere sluitingstermijn of een waarschuwing leiden:
gezinssituatie met minderjarige kinderen. Bij een sluitingsmaatregel kan dit ook aanleiding zijn een langere begunstigingstermijn te geven om vervangende woonruimte te zoeken;
de hoeveelheid drugs die aangetroffen is;
het aantal ruimten in de woning dat wordt gebruikt voor het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van drugs;
het feit dat de woning dermate is aangepast dat diegene op korte termijn geen geschikte andere woonruimte kan vinden.
Verzwarende indicatoren
Onder andere de volgende indicatoren kunnen verzwarend worden beschouwd. Dat kan tot een langere sluitingstermijn leiden of kan een verzachtende indicator wegstrepen:
er is sprake van gevaarzetting: risico op brand, risico op instorting en schade in de omgeving door ondergraving;
er is sprake van gebruik van chemische stoffen en daardoor van explosiegevaar, milieurisico’s, grotere impact op de (leef)omgeving, grotere criminele betrokkenheid;
de hoeveelheid drugs die aangetroffen is;
het aantal ruimten in de woning dat wordt gebruikt voor het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van drugs is zodanig groot, dat de woonfunctie nog wel aanwezig is, maar ondergeschikt van aard is geworden;
de bedrijfsmatigheid van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van drugs;
de periode van overtreding: er is sprake van meerdere oogsten.
Naast bovenstaande aspecten kunnen andere omstandigheden meewegen die voor het concrete geval relevant zijn
Artikel 6.
Handhavingsmatrix woningen
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Tiel houdende regels omtrent bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet