De gemeente wil dat er direct vanaf de start van de exploitatie verantwoorde en kwalitatief goede opvang geboden wordt. Voor een gastouderbureau geldt dat de werkzaamheden direct vanaf de start zo worden uitgevoerd dat zowel het gastouderbureau als de te begeleiden gastouders, aan de kwaliteitseisen voldoen. De gemeente laat daarom alle nieuwe aanvragen tot exploitatie uitgebreid toetsen door de GGD.
De toezichthouder zal bij het onderzoek voor registratie toetsen of er voldoende vertrouwen is dat er vanaf de exploitatiedatum kwalitatief goede opvang of begeleiding geboden wordt. Uitgangspunt hierbij is dat al bij de aanvraag tot exploitatie (voor zover mogelijk) alle eisen beoordeeld worden. Aanvullend kan een gesprek met de houder duidelijkheid geven of hij ‘redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen’ zal gaan voldoen. Op basis van dit totaal onderzoek vormt de toezichthouder een oordeel over de aanvraag tot exploitatie.
De gemeente neemt in de beoordeling van de aanvraag ook de kwaliteit van andere kinderopvangvoorzieningen van de houder en de daarbij behorende handhavingshistorie mee. Voortdurende, ernstige en/of vele overtredingen bij deze voorzieningen vormen een indicatie voor de naleving van de kwaliteitseisen bij een nieuwe voorziening. Signalen buiten het advies van de toezichthouder kunnen eveneens meewegen in de beoordeling van de aanvraag.
De gemeente kijkt bij een nieuwe aanvraag, naast de beoordeling van de eisen vanuit de Wet kinderopvang, ook naar andere vergunningen die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp vindt het van groot belang dat wanneer een kinderopvangvoorziening start met exploiteren, ook aan de andere gestelde eisen is voldaan zoals het brandveilig gebruik, de bouw (het gebouw) en de bestemming.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1.2