Een boete bestraft een overtreding die in het verleden is begaan. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. Een boete kan gelijktijdig worden opgelegd met een herstellende maatregel zoals een aanwijzing, last onder dwangsom of exploitatieverbod.
Een boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Het is, in tegenstelling tot andere behandelde maatregelen, een bestraffende sanctie. De boete verschilt daarin van de dwangsom. Bij de dwangsom kan het betalen van het bedrag namelijk worden voorkomen door de overtreding tijdig te herstellen en hersteld te houden. Bij de boete is dat niet het geval.
Een boete kan door de gemeente Pijnacker-Nootdorp worden opgelegd bij:
Het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving;
Het niet opvolgen van een bevel of aanwijzing;
Niet meewerken aan een verzoek van een toezichthouder of het bewust verkeerd informeren van een toezichthouder;
Het starten van de exploitatie, voor de ingangsdatum van de exploitatietoestemming;
Het niet tijdig melden van wijzigingen van de in het LRK geregistreerde gegevens;
Het overtreden van een exploitatieverbod.
Hoogte van een boete en grootte van de organisatie
De Wet kinderopvang geeft de gemeente de bevoegdheid om voor een overtreding/het niet naleven van een kwaliteitseis uit de Wko een boete op te leggen van maximaal € 45.000. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsoverzicht normbedragen opgesteld.
Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. Gemeente Pijnacker-Nootdorp hanteert daarom vier categorieën waarop de boetebedragen worden afgestemd:
Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang: hiervoor geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage).
Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang: hiervoor is twee derde van het normbedrag de richtlijn.
Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang: hiervoor is één derde deel van het normbedrag de richtlijn.
Voorzieningen voor gastouderopvang: hiervoor is één vijfde deel van het normbedrag de richtlijn. Dit geldt niét voor de voorwaarden waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening.
Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken.
Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk van de ernst van het feit, de verwijtbaarheid of de omstandigheden van het geval, de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden.
Wanneer er meerdere overtredingen zijn waar een boete voor wordt opgelegd, worden de bedragen bij elkaar opgeteld tot één bedrag.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.3.6