**1..** Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli het meerjaren beleidsplan vast.
**2..** Het meerjaren beleidsplan omvat binnen de taken en bevoegdheden zoals omschreven in deze regeling:
een strategische visie op basis van landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op het terrein van werk & inkomen, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, die mede richting geeft aan het te voeren beleid;
een samenhangend geheel aan beleidskeuzes waarmee de deelnemers hun doelstelling kunnen bereiken;
afgestemd met de overige beleidsterreinen van de deelnemers zoals welzijn, economische zaken en onderwijs.
**3..** Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het jaarlijks opstellen van een ontwerp meerjaren beleidsplan als onderdeel van de ontwerpbegroting en zend deze uiterlijk op 15 april van het jaar voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het betrekking heeft, aan de raden van de gemeenten.
**4..** De raden als bedoeld in lid 3 kunnen binnen acht weken na toezending van het meerjaren beleidsplan het dagelijks bestuur hun zienswijzen aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij het meerjaren beleidsplan, zoals dat aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**5..** In geval de raad dan wel het college van de gemeenten ten aanzien van een bepaald onderwerp afwijkend beleid wenst te laten uitvoeren is daarop artikel 6, lid 3 van toepassing.
**6..** De zienswijzen van de raden alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur.
**7..** Met verwijzing naar artikel 36 vindt de behandeling van het meerjaren beleidsplan gelijktijdig plaats met de behandeling van de meerjaren begroting.
**8..** Het vastgestelde meerjaren beleidsplan en de meerjaren begroting gelden als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant.
**9..** Het algemeen bestuur stuurt het beleidsplan en de begroting binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers.
Hoofdstuk 10
Artikel 33: