Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van het bestuur en diens plaatsvervanger worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen, voor de duur van de zittingsperiode. 2.. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, waarbij het bepaalde in artikel 49 en 50 Gemw en het bepaalde in de Wgr inzake onvrijwillig ontslag van overeenkomstige toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel