Naar hoofdinhoud
1.. Subsidie op grond van deze paragraaf wordt verleend voor daadwerkelijk gemaakte kosten. 2.. Niet subsidiabele kosten zijn: kosten voor eten en drinken tenzij deze kosten onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteit. extra kosten voor uitbreiding of verplaatsing van de huisvesting; aanschaf van gebruiksgoederen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; overige materiële investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit ter beoordeling van het college; loonkosten, bij subsidieontvangers waarop de Wet normering topinkomens van toepassing is, voor zover die de maximale hoogte van het bezoldigingsmaximum als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de Wet normering topinkomens per persoon per jaar overschrijden; kosten bestemd voor uitbreiding van de activiteiten van de subsidieontvanger voor zover, naar het oordeel van het college, niet of onvoldoende is aangetoond dat uitbreiding noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel