6.1.Uitgangspunt
Het vervoer vindt alleen plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. De leerling heeft recht op maximaal twee vervoersbewegingen per dag. Extra ritten buiten het vaste patroon vinden alleen plaats in opdracht van het college.
6.2.Ophaal- en afzetplaats
6.2.1.Woning en school
Bij aangepast vervoer haalt de vervoerder de leerlingen aan huis op, tenzij een leerling de indicatie ‘opstapplaats’ heeft. Aan huis ophalen betekent dat de vervoerder de leerling ophaalt bij de voordeur. Bij een flat of instelling geldt de hal of centrale receptie als ophaalplaats. Voor alle schoollocaties geldt dat per school is bepaald waar de vervoerder de leerlingen afzet, bijvoorbeeld bij de toegang van het schoolterrein of in de centrale hal van de school.
6.2.2.Opstapplaats
De gemeente kan opstapplaatsen hanteren. Als de vervoerder een leerling op een opstapplaats moet ophalen, geldt dat het college de ligging van de opstapplaats bepaalt.
6.2.3.Overstapplaatsen
Het college kan beslissen dat zij bij de uitvoering van het vervoer, gebruik maakt van overstapplaatsen.
6.3.Individuele begeleiding van het kind in het aangepast vervoer
Het is mogelijk dat een individuele leerling begeleiding nodig heeft. In dat geval verzorgt de ouder, of iemand namens de ouder, de begeleiding. Het college bepaalt of het mogelijk is begeleiding in te zetten. Wanneer is besloten tot inzet van een ouder als begeleider, dient de vervoerder rekening te houden met deze extra zitplaats.
Voor de begeleider geldt dat het ophaal- en brengadres gelijk is aan het adres van de te begeleiden leerling. De vervoerder moet de begeleider bij een heenrit na afloop naar huis of de halte terugbrengen. Bij een retourrit dient de vervoerder de begeleider eerst op het thuisadres of de halt op te halen.
6.4.Medische begeleiding
Regel
Het college is niet verantwoordelijk voor medische begeleiding in het leerlingenvervoer. Wel zal de vervoerder een zitplaats ter beschikking moeten stellen voor de medisch begeleider.
6.5.Zelfredzaamheidstrajecten
Aan leerlingen die op grond van artikel 11, eerste lid en 17, eerste lid van de verordening recht hebben op een vervoersvoorziening, verstrekt het college op grond van artikel 17, vierde lid van de verordening een voorziening om zelfstandig te leren reizen als uit onderzoek van het college blijkt dat de leerling in staat is om zelfstandig te leren reizen. Het college besluit tot het verstrekken van deze speciale voorziening op grond van adviezen van deskundigen en betrokkenen. Ter ondersteuning van het traject om de leerling zelfstandig te laten reizen, kan het college producten inzetten uit de ‘Reiskoffer’, bijvoorbeeld de Go-OV-app, of een Voor-elkaar-pas van Arriva.
Als de leerling zelfstandig kan reizen vervalt het recht op leerlingenvervoer. Het college kan besluiten het recht op leerlingenvervoer en de inzet van het product uit de Reiskoffer na inzet van het zelfredzaamheidstraject voortzetten gedurende maximaal één jaar.
6.6.Vervoer
Bij toekenning van aangepast vervoer is groepsvervoer de standaard. In sommige gevallen is groepsvervoer voor een leerling niet passend om medische en/of psychosociale redenen. Voor die gevallen beoordeelt het college of vervoer in kleinere groepen of individueel vervoer noodzakelijk is.
6.6.1.Kleinschalig vervoer
Met kleinschalig vervoer is bedoeld dat het om medische en/of psychosociale redenen niet mogelijk is om een leerling anders dan met een gelimiteerd aantal leerlingen te vervoeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat het nodig is een leerling om medische en/of psychosociale redenen met een gelimiteerd aantal leerlingen te vervoeren. Het college kent dit kleinschalig vervoer alleen toe op basis van een medisch onderzoek en legt dit vast in een beschikking. Het college toetst de indicatie voor kleinschalig vervoer jaarlijks bij de ontvangst van een nieuwe aanvraag.
6.6.2.Individueel vervoer
Met individueel vervoer is bedoeld dat het om medische en/of psychosociale redenen niet mogelijk is om een leerling samen met andere leerlingen te vervoeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat het nodig is een leerling om medische en/of psychosociale redenen individueel te vervoeren. Het college kent individueel vervoer alleen toe als groepsvervoer en kleinschalig vervoer niet mogelijk is. Het college kent individueel vervoer alleen toe op basis van een medisch onderzoek en legt dit vast in een beschikking. Het college toetst de indicatie voor individueel vervoer jaarlijks bij ontvangst van een nieuwe aanvraag.
6.7.Individuele reistijd
De individuele reistijd per leerling in het voertuig is gelimiteerd tot negentig minuten per enkele reis, tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven. Een uitzondering hierop geldt voor leerlingen uit cluster 4: hier geldt een maximale reistijd van zestig minuten per enkele reis, tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven. Voor de bepaling van de individuele reistijd geldt de werkelijk, in de praktijk realiseerbare tijd.
6.8.Aanvang- en eindtijden
Per school gaat het college voor het vervoer uit van de vaste aanvang- en eindtijden zoals aangegeven in de schoolgids. Het gaat hierbij om het vaste rooster voor een schooltype. Afwijkingen hierop zijn alleen toegestaan in overleg met en na goedkeuring van het college en mits door de ouders tijdig aangemeld.
Bij een gewijzigde eindtijd door onder andere lesuitval, is de school of de ouder/verzorger verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen. Als een leerling tijdens het onderwijs of de lessen bijvoorbeeld ziek wordt of naar de tandarts of huisarts moet, zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer. Het wegbrengen en ophalen van de leerlingen vindt alleen op de normale begin- en eindtijd volgens de schoolgids plaats.
Het college accepteert wachttijden tot maximaal twee lesuren (2 * 50 minuten) bij het voortgezet onderwijs.
6.9.Studiedagen
Scholen nemen in de schoolgids studiedagen op en steeds meer scholen hanteren halve studiedagen, waarbij de leerling alleen één dagdeel naar school hoeft te komen. Vaak gelden verschillende (halve) studiedagen voor onder- of bovenbouw of voor primair of voortgezet onderwijs op dezelfde locatie. Door de halve studiedagen ontstaat een vervoersvraag buiten de roostertijden in de schoolgids om.
Het kost de gemeenten veel geld op afwijkende tijden taxi’s te laten rijden, omdat alleen voor de vaste aanvang- en eindtijden vervoer is ingekocht. Voor vervoer vanwege een halve studiedag moet het college extra voertuigen in laten zetten en bovendien vragen aan de vaste chauffeur om beschikbaar te zijn op een tijdstip dat niet is afgesproken in zijn/haar arbeidsovereenkomst.
Regel
Er is geen recht op leerlingenvervoer buiten de vaste aanvang- en eindtijden, zoals vastgelegd in het rooster in de schoolgids. Scholen kunnen in hun planning rekening houden met het niet beschikbaar zijn van vervoer bij halve studiedagen.
6.10.Ophaal- en afzetmarges
De afzet- en ophaaltijd aan school zijn gelegen binnen een tijdsmarge van vijftien minuten voor het aanvangstijdstip, respectievelijk na het eindtijdstip van de school volgens de schoolgids.
Nota bene: voor Onderwijscentrum Leijpark geldt in verband met de tijd die leerlingen nodig hebben om na uitstappen in het leslokaal te komen, dat de leerlingen uiterlijk tien minuten voor de formele aanvangstijd van de school gebracht moeten zijn. Dit betekent dat de tijdsmarge van 15 minuten vermeerderd kan worden met 10 minuten en de leerling kan worden gebracht tussen de 25 en 10 minuten voor de aanvang van de lessen of na het eindtijdstip van de lessen.
6.11.Vaste zitplaats
Het college streeft ernaar dat een leerling zoveel mogelijk een vaste zitplaats in het voertuig heeft.
6.12.Extreme weersomstandigheden
Bij extreme weersomstandigheden beslist het college of het vervoer al dan niet op een aangepast tijdstip moet plaatsvinden.
6.13.Aanmeldingen, afmeldingen en mutaties
Als een ouder vaststelt dat het niet mogelijk is om een leerling als gevolg van ziekte of vanwege andere oorzaken te vervoeren, moet hij dit melden bij het Servicepunt. Betermelding (na ziekte) moet de ouder aan het Servicepunt doorgeven voor 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de herstart een geplande rit. Als een ouder een betermelding niet voor 17:00 uur meldt, geldt dat het Servicepunt deze betermelding niet voor de volgende werkdag kan uitvoeren, maar pas de werkdag erna, tenzij het college een aparte werkopdracht verstrekt. Een mutatie of afmelding geldt tot wederbericht.
Het college meldt een leerling, waarbij de chauffeur voor de heenrit voor niets aan de deur heeft gestaan, automatisch voor de terugrit af, tenzij de ouder uiterlijk twee uur vóór de geplande ophaaltijd meldt aan het Regiovervoer Midden-Brabant dat de terugrit wel gewenst is.
6.14.Thuis afzetten van de leerling
De chauffeur moet de leerling bij de terugrit aan de ouder of iemand anders die namens de ouder aanwezig is, op het vaste afzetadres overdragen. De chauffeur mag het kind nooit alleen op de stoep achterlaten. De ouder moet ervoor zorgen dat hij thuis is of dat de ouder iemand in huis heeft die namens de ouder de deur open doet. Als op het huisadres niemand de deur opendoet, dan brengt de chauffeur de leerling naar een kinderopvang, gelegen in Tilburg. De chauffeur doet een briefje in de brievenbus met het adres waar de ouder de leerling kan ophalen. De kosten voor de extra opvang zijn voor rekening van de ouder. De ouder krijgt hiervoor een rekening toegestuurd.