Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Handicap

Onderdeel van BELEIDSREGELS LEERLINGENVERVOER GEMEENTE GOIRLE 2020

8.1.Gehandicapte leerling Voor de bepaling of een leerling gehandicapt is gaat het college uit van de in de verordening opgenomen kenmerken (zie artikelen 12 en 18 van de verordening). Dat wil zeggen dat een leerling door een handicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, ook niet onder begeleiding. 8.2.Structurele en tijdelijke handicap Er is een onderscheid te maken tussen structurele en tijdelijke handicaps. Het college is alleen verantwoordelijk voor het vervoer van structureel gehandicapte leerlingen. Regel Waar in de verordening sprake is van ‘handicap’, is bedoeld een ‘structurele handicap’. In het leerlingenvervoer kennen we geen ‘tijdelijke handicap’. Het college verzorgt geen vervoer om tijdelijke medische redenen, bijvoorbeeld als een leerling een been heeft gebroken. Echter, het kan voorkomen dat een leerling een groot gedeelte van het schooljaar geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer vanwege herstel of revalidatie. In dat geval kan een leerling indien noodzakelijk, wel een beroep doen op het leerlingenvervoer. Per individuele aanvraag zal het college beoordelen of de gevraagde inzet noodzakelijk is. Als regel geldt: bij een tijdelijke handicap tot zes maanden bestaat geen aanspraak op leerlingenvervoer; bij een tijdelijke handicap die langer duurt dan zes maanden, bekijkt het college of de leerling in aanmerking komt voor leerlingenvervoer. Het college geeft een beschikking af voor de duur van het herstel of de revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer verdwijnt heeft de leerling geen recht meer op leerlingenvervoer.

Rechtspraak bij dit artikel