Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Aflossing geldlening

Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek gemeente ’s-Hertogenbosch 2020

De aflossing van de geldlening vindt gedurende tien jaar maandelijks plaats en vangt aan zodra, na beëindiging van de bijstand, een besluit is genomen over het verschuldigd zijn van een aflossingsbedrag en dit besluit per beschikking aan belanghebbende is meegedeeld. Bij een inkomen dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm volgens Hoofdstuk 3, paragrafen 3.2 en 3.3 van de Participatiewet wordt de aflossing op nihil vastgesteld. Het maandelijks af te lossen bedrag wordt vastgesteld op 35% van het inkomen van de belanghebbende boven de voor hem geldende bijstandsnorm verhoogd met de voor rekening van belanghebbende blijvende bijzondere bestaanskosten. Het maandelijks af te lossen bedrag wordt telkens voor een periode van twee jaar vastgesteld. De aflossing wordt niet verhoogd als het eerder vastgestelde bedrag voldoende is om de geldlening binnen de periode van 10 jaar af te lossen. Belanghebbende is verplicht wijzigingen in het inkomen direct te melden aan de gemeente. Indien de omstandigheden (waaronder het inkomen) van belanghebbende daartoe aanleiding geven stelt het college, zo nodig tussentijds, het maandelijks af te lossen bedrag op een lager dan wel hoger bedrag vast. Als belanghebbende tijdens de aflossingsperiode verwijtbaar in verzuim is met het voldoen van de vastgestelde aflossingen ontvangt hij eenmaal een betalingsherinnering. Als belanghebbende daarna nog steeds of opnieuw verzuimt om af te lossen is het nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel