Tijdens een raadsvergadering kunnen burgers inspreken op geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen, met uitzondering van: de opening, mededelingen, ingekomen stukken, de rondvraag en de sluiting.
Het woord kan door hen niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Degene, die gebruik wil maken van het inspreekrecht, dient dit onder vermelding van het onderwerp voorafgaande aan de vergadering te melden bij de griffier. Staat een onderwerp niet op de voorlopige agenda, dan dient een inspreker zich 24 uur voor de vergadering te melden bij de griffie onder vermelding van het onderwerp.
Het inspreekrecht geldt niet voor personen die het woord willen voeren namens een fractie die in de raad vertegenwoordigd is.
Het inspreekrecht geldt niet voor personen die eerder over hetzelfde onderwerp in een raadsvergadering gebruik hebben gemaakt van het inspreekrecht, tenzij het voorstel afwijkt van het voorstel dat eerder is behandeld.
Een inspreker wordt door de voorzitter voor ten hoogste 5 minuten het woord verleend. De fracties kunnen de inspreker vragen stellen. Vervolgens kan een gesprek volgen. De inspreker krijgt de gelegenheid in tweede termijn gedurende maximaal 2 minuten het woord te voeren.
Indien er meerdere insprekers zijn, bepaalt de voorzitter de volgorde van de insprekers. De voorzitter kan, gelet op het aantal insprekers en de beschikbare tijd, de spreektijd inkorten dan wel verlengen.
De voorzitter doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker, indien het een onderwerp betreft dat niet op de voorlopige agenda staat.
Hoofdstuk III › Paragraaf 2
Artikel 16
Inspreekrecht
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad