Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 35

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

Ieder raadslid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk vragen stellen. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen vier weken na de eerstvolgende vergadering van het college na ontvangst van de vragen. Indien de vragen ten minste 48 uur vóór aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester schriftelijk gemotiveerd heeft aangegeven dat de termijn niet kan worden gehaald en daarbij een gemotiveerde termijn wordt aangegeven, waarbinnen beantwoording wel plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel