Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in, bestaande uit 3 raadsleden.
De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en vraagt van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad