Het college verstrekt jeugdhulp die toereikend is voor het bereiken van het afgesproken resultaat.
Het college kent een individuele voorziening toe voor zover is vastgesteld dat de jeugdige/ouders:
op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.
Het college kan besluiten vervoer aan een jeugdige toe te kennen van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden:
als dit medisch gezien noodzakelijk is of;
als er beperkingen in de zelfredzaamheid zijn.
Indien er sprake is van een situatie onder a. of b. moet ook aangetoond worden dat ouder(s) of het sociale netwerk niet in staat zijn de jeugdige te vervoeren.
Een jeugdige kan alleen aanspraak maken op een vervoersvoorziening als hier niet reeds in het jeugdhulpvoorziening is voorzien.
Het college kan nadere regels opstellen ten aanzien van het vervoer zoals genoemd bij lid 3.
De jeugdhulpvoorziening dient te worden uitgevoerd door een in Nederland gevestigde jeugdhulpaanbieder.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.
Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp
Onderdeel van VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE DONGEN 2020