Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod tot het huisvesten van twee afzonderlijke huishoudens in een woning binnen de bebouwde kom uitsluitend onder de voorwaarden dat: het inwoning betreft; inwoning uitsluitend plaatsvindt in grondgebonden woningen of in het bij die woning aangebouwde bijbehorende bouwwerk; de inwoning wordt opgelost binnen de toegestane bouwmogelijkheden op basis van het vigerende bestemmingsplan; er sprake is van een gezamenlijke hoofdingang; het inwoongedeelte slechts bestaat uit een woonkamer met keukenblok (geen zelfstandig keukeneenheid), een toilet, een wasruimte (douche) en maximaal 1 slaapkamer; het inwoongedeelte maximaal 40% van het totale woonvloeroppervlakte bedraagt; alle vertrekken in de woning onderling inpandig bereikbaar zijn, zowel op de begane grond als de verdiepingen; er sprake is van maximaal één inwoonsituatie per woning; als de inwoonsituatie eindigt de inwoningsverblijven bij de oorspronkelijke woning worden getrokken; aan de vergunning de volgende voorwaarden worden gekoppeld: Ondanks dat er wordt afgeweken van de voorschriften van het bestemmingsplan ten behoeve van het huisvesten van een tweede huishouden blijft er op grond van het vigerende bestemmingsplan sprake van één woning. Dit betekent tevens dat de bouwmogelijkheden (waaronder ook de vergunningsvrije bouwmogelijkheden) voor bijbehorende bouwwerken beperkt blijven tot de mogelijkheden die van toepassing zijn op één woning; Zodra de inwoonsituatie eindigt vervalt de inwoning en verliest de afwijking haar rechtskracht. De ruimten ten behoeve van de inwoning worden bij de oorspronkelijke woning betrokken; Indien er sprake is van een eigen huisnummer voor het inwoongedeelte komt dit te vervallen. Kadastrale afsplitsing of exploitatie van de inwoonsituatie is niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel