**1..** Krachtens artikel 15, lid 5 van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen:
het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente en het beheer van de inzamelvoorzieningen berust bij de Inzameldienst;
de inzameldienst is bevoegd om het inzamelmiddel aan huis te voorzien van een sticker en/of chip waarop staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor de container is bestemd, het volume van de container, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam en een huisnummer. De sticker en/of chip wordt gebruikt om het inzamelmiddel te identificeren als behorend bij een specifiek adres. Daarnaast dient de container identificeerbaar te zijn voor het geval hij wordt vermist en/of in geval van diefstal of misbruik van de container. De barcode en/of chipnummer is gekoppeld aan de afvalstroom waarvoor de container is bestemd, het volume van de container, een postcode, een plaatsnaam en een huisnummer. De gegevens worden na lediging niet opgeslagen. Bij het eventueel invoeren van een tarief differentiatie (Diftar) systeem kunnen de barcode/chipnummer ook worden ingezet als een middel om de frequentie van aanbieden op te slaan en te registreren.
de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning;
de gebruiker van een perceel dient zich tot de klantenservice van de inzameldienst te wenden indien bij verhuizing naar een perceel waar geen of een kapotte door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel wordt aangetroffen. Dit geldt ook bij verdwijning, vermissing of beschadiging (incl. identificatiemiddel) van een door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel.
de inzamelmiddelen aan huis blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor zijn rekening technisch onderhouden;
de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom. Het is niet toegestaan het identificatiemiddel van het inzamelmiddel te verwijderen, te beschadigen of op enig andere wijze onleesbaar of onbruikbaar te maken;
de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt;
De inzameldienst verstrekt genummerde afvalpassen. De pasnummers zijn nodig voor het beheer van de afvalpassen. De afvalpas heeft een pasnummer en een ingebouwde chip die is voorzien van een unieke code die gekoppeld is aan een huisadres in het registratiesysteem van de inzameldienst, op diens beschermde en beveiligde omgeving. Bezitters van een geldige afvalpas hebben toegang tot de inzamelvoorziening die aan de pas is gekoppeld. De storting in de inzamelvoorziening wordt niet geregistreerd. Bij het eventueel invoeren van een tarief differentiatie (Diftar) systeem kan het pas- en chipnummer ook worden ingezet als een middel om de frequentie van aanbieden en/of de stortingen op te slaan en te registreren. Ook is de pas een middel tegen ‘afvaltoerisme’ en misbruik.
**2..** Krachtens artikel 9, tweede lid, artikel 15, derde en vierde lid, artikel 16 derde lid en artikel 17, tweede lid en artikel 18, tweede lid van de verordening stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden:
Minicontainers en (ondergrondse) verzamelcontainers
het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de minicontainer op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de openbare weg of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;
inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden;
uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken;
de aanbieder dient de juiste stroom afvalstoffen op een juiste wijze in het daarvoor aangewezen inzamelmiddel aan te bieden om lediging te realiseren. De inzameldienst kan de inhoud van het aangeboden inzamelmiddel bekijken.
het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 60 kilogram;
het gewicht van de aangeboden hoeveelheid huishoudelijk klein chemisch afval mag per keer niet zwaarder zijn dan 50 kilogram;
klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd bij het afvalbrengstation;
plastic doorzichtige zakken:
het aangeboden plastic, metaal en drinkpakken in doorzichtige inzamelzakken dient ordelijk te geschieden, zodanig dat geen sprake is van hinder, schade en/of gevaar en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;
afvalbrengstation:
het afvalbrengstation van de inzameldienst, Schootenweg 50 te Den Helder, wordt aangewezen waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 8, eerste lid van de verordening kunnen worden achtergelaten;
bij de afgifte van afvalstoffen op een afvalbrengstation zijn de acceptatievoorwaarden van de inzameldienst van toepassing;
de ontdoener van afvalstoffen moet zich bij of op een afvalbrengstation kunnen legitimeren;
inzameling grof afval:
de inzameling van grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten vindt op afroep (eventueel tegen betaling) plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst;
het grof afval dient op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats bij de woning klaar te staan;
grof huishoudelijk afval of grof tuinafval mag bij het overdragen of het aanbieden geen groter volume hebben dan 1,5 m3;
kleinere stukken grof huishoudelijk afval of grof tuinafval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en –gebonden worden overgedragen of aangeboden, waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter, niet breder dan 0,5 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram.
Grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten kunnen zonder inzamelmiddel - maar wel gescheiden - ter inzameling worden aangeboden.
Artikel 6.