Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.3

Onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2018

Het college verzamelt alle noodzakelijke cliëntgegevens die bij de gemeente bekend zijn. Vervolgens maakt het college een afspraak voor het gesprek met de cliënt of diens vertegenwoordiger. Waar mogelijk zijn ook de mantelzorger of mantelzorgers, en desgewenst familie of een onafhankelijk cliëntondersteuner, bij het gesprek aanwezig. Voor het gesprek verschaft de cliënt alle overige noodzakelijke gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn. Uiteraard gaat dit om gegevens en bescheiden waarover de cliënt redelijkerwijs kan beschikken. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument, als bedoeld in Artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college informeert de cliënt dat hij een persoonlijk plan, als bedoeld in Artikel 2.3.2 lid 2 van de wet, op kan stellen. Na deze melding heeft de cliënt zeven dagen de tijd om het plan te overhandigen. Het college onderzoekt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken, en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de mogelijkheden om op eigen kracht, of met algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; de mogelijkheden om met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; de behoefte aan maatregelen om de mantelzorger van de cliënt te ondersteunen; of het gebruik van algemene voorzieningen, van voorliggende voorzieningen of het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten leidt tot verbetering van de zelfredzaamheid of participatie. Zo kan een beroep op een individuele maatwerkvoorziening vermeden worden; de mogelijkheden om met voorliggende voorzieningen of met zorgverzekeraars en zorgaanbieders, als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen en werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt, met toepassing van het bepaalde bij of op grond van hoofdstuk 6 van deze verordening, verschuldigd zal zijn; de mogelijkheden om te kiezen voor een persoonsgebonden budget, waarbij de cliënt wordt ingelicht over de voor- en nadelen van die keuze. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in lid 3 aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek als bedoeld in lid 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel