De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen, inclusief sportvoorzieningen en woningaanpassingen, wordt bepaald door naar de situatie van de cliënt te kijken. Daarbij kent het college tot een maximum van de kostprijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura toe. Het budget moet vervolgens toereikend zijn voor de aanschaf, het onderhoud, de reparatie en de verzekering van het hulpmiddel.
Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten wordt onderscheid gemaakt tussen:
Professionals, tot deze groep behoren personen die:
(bijvoorbeeld) werkzaam zijn bij een aanbieder die ingeschreven staat in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Deze professionals beschikken over de relevante diploma’s en mogen de taken en werkzaamheden uit het pgb uitvoeren.
aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en beschikken over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ingeschreven staan in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007) om de taken en werkzaamheden uit het pgb te mogen uitvoeren. Ook moeten ze over diploma’s beschikken die relevant zijn voor de uitoefening van deze taken.
Zorgverleners die behoren tot het sociaal netwerk van cliënt en die niet voldoen aan de onder a genoemde punten.
De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld voor:
huishoudelijke hulp HH2:
1°. voor personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
2°. voor personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel II, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
3°. voor personen als bedoeld onder lid 2 onder b, maximaal 75% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
individuele begeleiding:
1°. basis individuele begeleiding uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
2°. gespecialiseerde individuele begeleiding uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% *van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
3°. basis/gespecialiseerde individuele begeleiding uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder b, maximaal 75%* van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
4°. als basis of gespecialiseerde individuele begeleiding niet afdoende is en/of er behoefte bestaat aan een andere vorm van individuele begeleiding worden daarover afzonderlijke afspraken gemaakt. Hierbij zal het tarief van de Nederlandse Zorgautoriteit (begeleiding H150) als richtsnoer met een maximum van 110% worden gehanteerd.
begeleiding groep:
1°. gespecialiseerde dagbesteding met intensieve ondersteuning uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
kortdurend verblijf:
1°. uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
2°. uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder b, maximaal 30% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij zorg in natura bij de gecontracteerde zorgaanbieders;
taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 2000 kilometers per jaar;
de hoogte van het persoonsgebonden budget voor het vervoer is gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse). Uitgangspunt is dat 2000 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd;
een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die een door de gemeente gecontracteerde leverancier zou hanteren;
aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening: op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura;
het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die een door de gemeente gecontracteerde aannemer zou hanteren. Er wordt rekening gehouden met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een andere erkende aannemer.
Een cliënt die een pgb krijgt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Dat kan alleen als deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet lager is dan de tarieven Wet Minimumloon (Wml) en niet hoger is dan het bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg gehanteerde tarief voor informele hulpverleners.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2
Hoogte persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2018