Naar hoofdinhoud
1. . ADL: Algemeen dagelijkse levensverrichtingen zijn alle dagelijkse handelingen die te maken hebben met de zelfverzorgingsactiviteiten (zoals het zich wassen en aankleden, de toiletgang), eten (koken, boodschappen doen) en slapen. Het merendeel van de algemene dagelijkse levensverrichtingen valt niet onder de Wmo maar onder de Zorgverzekeringswet. 2. . Algemeen gebruikelijke voorziening: product, dienst of activiteit die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking. Het is in de reguliere handel verkrijgbaar, in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke producten en betaalbaar voor mensen met een minimuminkomen. Dit is geen Wmo maatwerkvoorziening. 3. . Algemene voorziening: Het is een dienst of activiteit die, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en die gericht is op het versterken van zelfredzaamheid en participatie, of op opvang. Een algemene voorziening is dus per definitie geen Wmo maatwerkvoorziening. 4. . Arrangement: het pakket aan oplossingen dat de inwoner heeft voor de ondersteuningsbehoefte. Een arrangement bestaat meestal uit één of meerdere typen van oplossingen die de inwoner samen passende ondersteuning bieden voor de beperkingen die hij ervaart in zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. 5. . Besluit: Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Wormerland 2020, verder te noemen: het Besluit. 6. . Centraal Administratie Kantoor (CAK): Het CAK berekent en incasseert de eigen bijdragen voor de Wmo 2015. 7. . CIZ: Centrum indicatiestelling Zorg. Het CIZ indiceert voor de Wlz. 8. . Cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan. 9. . Collectieve voorziening: Dit is een Wmo-voorziening die individueel wordt verstrekt maar die toch door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het aanvullend openbaar vervoer (AOV) het meest duidelijke voorbeeld. 10. . Eigen verantwoordelijkheid: De inspanning die in redelijkheid van de aanvrager of zijn directe omgeving kan worden verlangd om zelf een oplossing te vinden voor (kosten van) het opheffen of verminderen van zijn beperkingen; 11. . Gebruikelijke hulp: Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. 12. . Gesprek/Keukentafelgesprek: Het gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet. Met dit (keukentafel)gesprek wordt het persoonlijke gesprek bedoeld dat plaats dient te vinden na de melding door de cliënt en dient als basis van het onderzoek. De beperkingen, problemen en de hulpvraag worden in beeld gebracht. Vervolgens wordt besproken wat de cliënt met inzet van alle mogelijkheden waaronder een algemene voorziening zelf kan en waarvoor, als het probleem door de cliënt zelf niet (voldoende) opgelost kan worden, een maatwerkvoorziening (Zorg in Natura of persoonsgebonden budget) verstrekt moet worden. 13. . Hulpvraag: De behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de Wet. De hulpvraag wordt tijdens het onderzoek verduidelijkt. 14. . Ingezetene: De cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Wormerland. 15. . Maatschappelijke ondersteuning: het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking en/ of met chronische psychische en/ of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; het bieden van beschermd wonen en opvang. De maatschappelijke ondersteuning richt zich op de volgende soorten voorzieningen: de algemene voorzieningen ten behoeve van alle inwoners van de gemeente en dan toegespitst op de personen met een beperking; de maatwerkvoorzieningen (zin en pgb) voor het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid. een beschermde woonsituatie en zo nodig opvang. De eerste groep voorzieningen is voor iedereen vrij toegankelijk, de tweede en de derde groep zijn beschikbaar na een melding en het daaropvolgende traject. 16. . Maatwerkvoorziening: Een individuele voorziening afgestemd op de behoeften en omstandigheden van een specifiek persoon of huishouden. Een maatwerkvoorziening kan op zichzelf in de behoefte van een specifiek persoon of huishouden voldoen, of onderdeel uitmaken van het ondersteuningsaanbod, in combinatie met de inzet van eigen kracht, algemene voorzieningen en/of mantelzorg. 17.. Mantelzorg: Mantelzorg is zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorg/hulpverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Niet alle zorg, die mensen aan hun naaste bieden, is mantelzorg. Mantelzorg is alleen die zorg of hulp die de gebruikelijke zorg/hulp in zwaarte, duur en/of intensiteit overstijgt. Gebruikelijke hulp en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. 18.. Mantelzorger: Een persoon die mantelzorg verleent, zoals benoemd in 17. 19. . Melding: Het kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet. De melding is het startpunt van de reeks: onderzoek (gesprek), opstellen gespreksverslag, met eventueel als gevolg een aanvraag voor een maatwerkvoorziening en een beschikking. Voor deze hele procedure is in totaal een termijn van zes + twee = acht weken beschikbaar. 20. . Onderzoek: Als bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college uiterlijk binnen zes weken een onderzoek uit. In de wet is vastgesteld waarnaar het college onderzoek doet (Wmo art.2.3.2). 21. . Persoonlijk plan: Voordat het onderzoek van start gaat, kan de cliënt het college een persoonlijk plan overhandigen waarin hij de omstandigheden beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. 22. . Persoonsgebonden budget: (pgb) Een bedrag namens het college waarmee cliënt zelf in staat wordt gesteld zijn ondersteuning in te kopen. Het persoonsgebonden budget is een van de mogelijkheden tot verstrekking, naast de voorziening in natura. Het persoonsgebonden budget voor diensten is een trekkingsrecht; de uitbetaling aan zorgverleners verloopt via de Sociale Verzekeringsbank. 23. . Profiel: Een profiel is de zwaarte van de ondersteuning die de cliënt binnen een resultaatgebied kan krijgen. 24.. Resultaatgebieden: Een arrangement kan bestaan uit meerdere onderdelen (resultaatgebieden). Bij elke cliënt wordt een traject samengesteld uit een ondersteuningsbehoefte op één of meerdere van in totaal acht resultaatgebieden. Elk resultaatgebied kent meerdere intensiteiten van ondersteuning en kan hiermee op maat worden ingezet bij een cliënt. 25.. Sociaal netwerk: De personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. 26.. Verordening: De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wormerland 2020, verder te noemen: de Verordening. 27.. Voorliggende voorziening: Hieronder vallen algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of collectieve voorzieningen. Deze voorzieningen gaan voor op maatwerkvoorzieningen. 28.. Vrijwilliger: Een persoon die onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van andere mensen of de samenleving. 29.. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 / Wmo 2015. 30.. Wettelijk voorliggende voorziening: De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving en in regelgeving vastgelegd, die voorgaan op de Wmo. Te denken valt hierbij aan onder meer de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg. Als een wettelijk voorliggende voorziening het probleem kan oplossen is er geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo. 31.. Wlz: Wet langdurige zorg. 32.. Zelfredzaamheid: Het vermogen tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, het voeren van een gestructureerd huishouden, het vermogen om sociaal te kunnen functioneren en participeren en het kunnen oplossen van de eigen problemen. 33.. Zelfredzaamheidmatrix: De Zelfredzaamheidmatrix brengt de vraag en de mate van zelfredzaamheid van de cliënt in kaart op alle leefgebieden. 34.. Zorg in Natura (ZIN): Bij zorg in natura contracteert de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar de zorgaanbieders en ondersteuning. Ook regelt de gemeente of het zorgkantoor de administratie daaromheen. De cliënt kan met de zorgaanbieder afspraken maken over de manier waarop hij zorg en ondersteuning krijgt. 35. . Zvw: Zorgverzekeringswet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel