Naar hoofdinhoud
Bij het aanleren van praktische vaardigheden/handelingen kan worden gedacht aan: het uitvoeren van vaardigheden die geleerd zijn tijdens eventuele behandeling, zoals sociale vaardigheden; het zelfstandig uitvoeren van zelfzorg, zoals wassen, aankleden, eten en drinken; het zelfstandig beheren van geld, de administratie bijhouden, het gebruik van openbaar vervoer, post openen en regelen, praktisch inrichten van de woning (bijvoorbeeld bij een visuele beperking of mensen met een lichamelijke beperking ) of digitale vaardigheden; het kunnen plannen en onderhouden van contacten in de sociale omgeving. Bij het aanbrengen van structuur en routine moet gedacht worden aan: het nemen van besluiten en inzicht hebben in de gevolgen; het regelen van randvoorwaarden op het gebied van het leven van alledag (bv wonen, onderwijs, werk, inkomen); het kunnen aankopen/betalen, het kunnen aangaan van een gesprek met instanties het kunnen plannen van activiteiten; het op/bijstellen van dag/weekplanning, inslijten van de dagelijkse routine; zich aan regels/afspraken houden. Aansturing en coaching bij uitvoering van taken is vooral nodig bij mensen met cognitieve problemen. Als er met name ondersteuning rondom de financiën nodig is, wordt een arrangement uit resultaatgebied 3 (financiën) ingezet. Vanuit dit arrangement kan worden toegewerkt naar meer gespecialiseerde financiële begeleiding zoals inzet van budgetbeheer, beschermingsbewind of het aanvragen van schulddienstverlening. Als het beheren van geld en het bijhouden van de administratie slechts één van de taken is die moet worden aangeleerd, is inzet van resultaatgebied 1 passender. Hieronder volgt een nadere omschrijving van de profielen: Profiel 1 Laag: aanleren en aanbrengen structuur In deze groep ligt de focus op de het ondersteunen in regie en structuur en/of het aanleren van praktische vaardigheden. Denk hierbij aan een inwoner die niet in staat is zijn sociaal netwerk te onderhouden en waarbij ondersteuning nodig is om noodzakelijke instanties aan te spreken. De ondersteuning is een kort moment in de week om de benodigde praktische vaardigheden aan te leren en te toetsen zodat de dagelijkse en/of wekelijkse routine een onderdeel van de reguliere activiteiten wordt. Profiel 2 Laag/Midden: aanleren, toetsen en aanbrengen structuur Deze groep (laag/midden) heeft net meer ondersteuning nodig en zal daarin onderhouden moet worden om de zelfstandigheid te vergroten en/of te behouden. Deze groep verschilt niet veel met de lichtere (lage) ondersteuning maar heeft meer intensievere en regelmatiger ondersteuning per week nodig. De ondersteuning is een moment in de week om de benodigde praktische vaardigheden aan te leren en te toetsen zodat de dagelijkse en/of wekelijkse routine een onderdeel van de reguliere activiteiten wordt. Profiel 3 Midden: aanleren, toetsen, aanbrengen structuur en aansturen De groep die een middelmatig inzet nodig heeft net meer ondersteuning nodig dan de voorgaande groep. Zij hebben meer sturing en begeleiding nodig om hun leven zelfstandig te kunnen leiden. Vooral bij cliënten met cognitieve problemen zijn controlemomenten nodig om het leven op de rit te krijgen en behouden. De ondersteuning is een klein dagdeel in de week om de benodigde praktische vaardigheden aan te leren en te toetsen zodat de dagelijkse en/of wekelijkse routine een onderdeel van de reguliere activiteiten wordt. Profiel 4 Midden/hoog: Ook overname van taken Deze groep heeft begeleiding nodig om de (sociale) vaardigheden onder de knie te krijgen en zich daarin te ontwikkelen. De ondersteuner kan hierbij taken overnemen en zal coachend en begeleidend optreden naar de cliënt om te voorkomen dat er een terugkerend patroon ontstaat in het overnemen. Mensen met cognitieve problematiek hebben vaak te maken met toenemende en afnemende zorgmomenten waardoor wisselende inzet noodzakelijk is. Om hier goed op in te springen kan dit profiel ingezet worden. De ondersteuning is wisselend van één moment in de week naar een klein dagdeel per week. Profiel 5 Hoog: Ook veel overname van taken Deze zware vorm van ondersteuning wordt ingezet als de cliënt zowel op structuur en regievoering als op de praktische vaardigheden hulp nodig heeft. De ondersteuning is aan de orde bij mensen, die het risico lopen op opname in een instelling (psychiatrisch opvang, ziekenhuis, penitentiaire inrichting etc). Het overnemen van taken is hier duidelijk aanwezig. De inzet in deze gradatie kan een dagelijkse inzet zijn om zowel het persoonlijk als sociaal functioneren in goede banen te leiden.

Rechtspraak bij dit artikel