Wanneer cliënt in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen onder begeleiding) of lopend, met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg, familielid of vrijwilliger) de dagbesteding kan bereiken dan is dat voorliggend.
Wanneer dit niet mogelijk is kan resultaatgebied 4a Vervoer naar dagbesteding worden ingezet als maatwerkvoorziening. Bij het vervoer moet aangegeven worden of de cliënt gezien zijn beperkingen moet reizen met een rolstoel zodat het vervoersmiddel daarop afgestemd kan worden. Met het inzetten van vervoer bij het resultaatgebied 4a vervoer naar dagbesteding zal de zorgaanbieder regelen dat de cliënt van- en naar de dagbesteding vervoerd wordt. Resultaatgebied 4a kan alleen worden ingezet in combinatie met resultaatgebied 4.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4.5.4