Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.
De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend door de griffie, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde ambtelijke bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.
De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:
Naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
Dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden.
Indien de bijstand op grond van het derde lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit schriftelijk, met redenen omkleed, mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.
Artikel 3.
Verzoek om bijstand
Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2020