Naar hoofdinhoud
1.. Het subsidieplafond wordt jaarlijks door het college vastgesteld. 2.. Het subsidieplafond is gebaseerd op de specifieke uitkering GOAB van dat jaar, middelen van het Rijk voor reguliere peuters van niet-kinderopvangtoeslaggerechtigde ouders en eigen middelen uit het gemeentefonds. 3.. Het college kan tussentijds de hoogte van het subsidieplafond wijzigen, mocht daartoe aanleiding bestaan. 4.. Verlening van subsidie vindt plaats op volgorde van de datum van ontvangst van complete aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt waarbij echter bestaande locaties en groepen waarvoor houders het jaar daarvoor al subsidie voor VE kregen, voorrang krijgen. Houders die nog geen subsidie voor VE krijgen, maar een aantoonbare wachtlijst met doelgroeppeuters hebben, krijgen vervolgens eveneens voorrang.

Rechtspraak bij dit artikel