Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Eisen structurele subsidie voor peuteropvang en VE

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Westerkwartier 2020

1.. Voor het aanvragen van structurele subsidie voor peuteropvang en/of VE gelden de volgende eisen: de structurele subsidie voor peuteropvang en VE wordt middels een daartoe opgesteld aanvraagformulier (door de gemeente) aangevraagd door de houder; een aanvraag moet normaliter vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar worden ingediend. Voor 2020/2021 geldt dat de aanvraag tussen 1 oktober en 30 november 2020 wordt ingediend. Indien de aanvraag uitstijgt boven de verleende subsidie van het voorgaande jaar, afgezien van de gebruikelijke indexering, dan dient de aanvraag te worden ingediend uiterlijk 1 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft; de aanvraag bevat: Informatie over het aantal peuters per locatie (peildatum 1 september van het voorafgaande jaar) waarvoor subsidie wordt aangevraagd; Een onderverdeling naar categorieën peuters (doelgroeppeuters van niet-kot-ouders, doelgroeppeuters van kot-ouders, reguliere peuters van kot-ouders en reguliere peuters van niet-kot-ouders); de houder brengt de subsidie in mindering op het door de ouder(s) van de peuters te betalen uurtarief voor gebruik van een reguliere kindplaats of VE-kindplaats; de houder bepaalt, aan de hand van door de ouders / verzorgers te verstrekken actuele inkomensgegevens, de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage van peuters van ouders die niet kot-gerechtigd is; de subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook, de VE-locatie verlaat of wanneer het kind 4 jaar is geworden; de houder rapporteert per kwartaal (januari – april – augustus) cumulatief het aantal geplaatste peuters (naar type). 2.. De gemeente kan (steekproefsgewijs) bij de houder nadere gegevens opvragen om de doel- en rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform subsidievereisten te controleren. 3.. De gegevens als bedoeld in lid 2 kunnen betreffen: inkomensverklaringen of andere bewijzen hoogte gezinsinkomen; verklaringen Geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders; plaatsingsovereenkomsten van peuters waaruit aantal uren, type kindplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken; indicaties, afgegeven door de JGZ, voor plaatsing van doelgroeppeuters.

Rechtspraak bij dit artikel