Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De vaststelling van de subsidie in geval van niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze uitgevoerde activiteiten vanwege COVID-19.

Onderdeel van Beleidsregel COVID-19 gerelateerde maatregelen voor subsidies gemeente Schiedam 2020

1.. Voor activiteiten die aantoonbaar als gevolg van door Covid-19 gerelateerde wet- en regelgeving niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze doorgang hebben kunnen vinden, stelt het college de hoogte van de subsidie vast aan de hand van de volgende elementen: De aanvraag om subsidie; De subsidieverleningsbeschikking; De aanvraag tot vaststelling van de subsidie; De redenen voor het niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze hebben kunnen uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt; De relatie van die redenen met de opgelegde beperkingen ter voorkoming van verspreiding van het Covid-19 virus; en De vraag of er sprake is van minder inkomsten en/of van aantoonbaar noodzakelijk gemaakte redelijke kosten. 2.. Het college stelt de subsidie vast overeenkomstig het bedrag dat aan subsidie is verleend, indien: De aanvrager de activiteiten aantoonbaar niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze heeft kunnen uitvoeren door de opgelegde beperkingen ter voorkoming van verspreiding van het Covid-19 virus; De aanvrager heeft aangetoond dat hij het volledige bedrag dat aan subsidie is verleend daadwerkelijk heeft besteed en heeft moeten besteden aan de (voorbereiding van de) organisatie van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend; en De aanvrager aantoonbaar minder of geen inkomsten heeft genoten die aan de activiteit zijn verbonden waardoor zijn kosten geheel of gedeeltelijk worden gedekt. 3.. Het college stelt de subsidie lager vast, indien: De aanvrager de activiteiten aantoonbaar niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze heeft kunnen uitvoeren door de opgelegde beperkingen ter voorkoming van verspreiding van het Covid-19 virus; De door de aanvrager aantoonbaar noodzakelijk gemaakte kosten lager zijn dan het bedrag dat aan subsidie is verleend; en De aanvrager aantoonbaar minder of geen inkomsten heeft genoten die aan de activiteit zijn verbonden waardoor zijn kosten geheel of gedeeltelijk worden gedekt. 4.. Wanneer aan het bepaalde onder 3 is voldaan wordt de subsidie vastgesteld op de aantoonbaar gemaakte kosten minus de gegenereerde inkomsten.

Rechtspraak bij dit artikel