a. Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen;
b. Ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid tot het namens een bestuursorgaan ondertekenen van een door dat bestuursorgaan genomen besluit;
c. Volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
d. Machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten, niet zijnde besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
e. Mandaatgever: een bestuursorgaan;
f. Gemandateerde: degene die namens het bestuursorgaan de bevoegdheid uitoefent;
g. Mandaatregister: het bij deze regeling behorend overzicht waarin bevoegdheden zijn opgenomen inzake mandaat, machtiging en volmacht.