Naar hoofdinhoud
Op de behandeling van de aanvraag zijn de Wabo, de APV en de Awb van toepassing. De beslistermijn wordt bepaald door de Wabo. Op een aanvraag om een enkelvoudige uitweg-omgevingsvergunning, volgt een reguliere procedure. De wettelijke beslistermijn is daarbij acht weken, gerekend vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag. Deze termijn kan eenmalig met zes weken verlengd worden. Op complexe (meervoudige) aanvragen volgt een uitgebreide procedure. De beslistermijn is daarbij zes maanden. Ook deze termijn kan eenmalig met zes weken verlengd worden. De aanvrager doet voor de aanleg van een uitweg een vergunningaanvraag d.m.v. het door de minister vastgestelde aanvraagformulier, verkrijgbaar via www.omgevingsloket.nl. Bij het aanvraagformulier dienen de gegevens te worden ingediend zoals omschreven in artikel 7.3 van de Regeling omgevingsrecht (Mor): In of bij de aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder e, van de wet, verstrekt de aanvrager gegevens met betrekking tot; a. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- dan wel achtererf; b. de afmeting van de nieuwe uitweg, dan wel van de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; c. de te gebruiken materialen; d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of voor het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen. Bij het aanvraagformulier moet een situatieschets van de aan te leggen uitweg worden gevoegd. De vergunningsaanvraag wordt beoordeeld op volledigheid en daarna in behandeling genomen. De legeskosten voor het behandelen van de aanvraag en/of wijzigen van een uitwegvergunning en de aannemerskosten (voor inrit binnen de bebouwde kom) worden vooraf in rekening gebracht. In bepaalde gevallen is (ook) vergunning nodig van het Waterschap Rivierenland. Dit is b.v. het geval bij de aanleg van een uitrit over een watergang. Een uitweg binnen de bebouwde kom wordt aangelegd door een door de gemeente erkende (goedgekeurde) aannemer. Een uitweg buiten de bebouwde kom wordt door de vergunninghouder in eigen beheer aangelegd. De aanleg van de uitweg mag pas plaatsvinden als de vergunning is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel