Naar hoofdinhoud
1.. De inzet van individuele begeleiding leidt tot één of meer resultaten op de volgende ondersteuningsgebieden: Huishouden; Zelfzorg; Relatiemanagement; Post/administratie/financiën; of Uitgebreide ondersteuningsvraaganalyse. 2.. Individuele begeleiding, categorie licht: Het college stelt de indicatie vast op basis van het HHM-Normenkader. Lichte begeleiding betreft het begeleiden bij het aanbrengen van structuur, c.q. het uitvoeren van regie of het begeleiden bij praktische vaardigheden en handelingen. Er worden taken overgenomen die de cliënt zelf niet meer kan verrichten en die ook niet (meer) kunnen worden aangeleerd. Er is geen intensief toezicht nodig op het functioneren van de cliënt, bijvoorbeeld om het gedrag te kunnen bijsturen of complicaties bij een ziekte te voorkomen. Het ziektebeeld van de cliënt is ook niet dermate complex dat een hoge graad van deskundigheid nodig is voor de omgang met de cliënt. Eenvoudige huishoudelijke taken worden overgenomen en de regie van het huishouden wordt geheel of gedeeltelijk overgenomen. 3.. Individuele begeleiding, categorie midden Bij begeleiding in de categorie ‘midden’ gaat het om meer complexe ziektebeelden (er zijn zodanige stoornissen en beperkingen dat kennis van het ziektebeeld en deskundigheid in de omgang hiermee noodzakelijk is) of meer complexe activiteiten (er is bijvoorbeeld toezicht en sturing nodig op het psychisch of lichamelijk functioneren van de cliënt of de cliënt is leerbaar en er kan geoefend worden met het aanbrengen van structuur of uitvoeren van handelingen/vaardigheden). Van de begeleider wordt methodisch handelen verwacht. Hij/zij kan doelgericht werken aan het behalen van een resultaat conform het ondersteuningsplan. Het te behalen doel kan zijn: (gedeeltelijk) herstel, behoud of vertraging in mogelijke achteruitgang van de zelfredzaamheid. 4.. Individuele begeleiding, categorie zwaar Zware begeleiding wordt ingezet in de meest complexe situaties. Te denken valt hierbij aan de aanwezigheid van ernstige gedragsstoornissen, risicovolle instabiele ziektebeelden, multiprobleemsituaties. Van de begeleider wordt methodisch handelen verwacht, aangepast aan de complexiteit van de ondersteuningsvraag. Hij/zij kan doelgericht werken aan het behalen van een resultaat conform het ondersteuningsplan. Het te behalen doel kan zijn: (gedeeltelijk) herstel, behoud of vertraging in mogelijke achteruitgang van de zelfredzaamheid.

Rechtspraak bij dit artikel