Het college kan bij beleidsregels invulling geven aan de fraudepreventie. Deze beleidsregels kunnenin ieder geval betrekking hebben op:
de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van uitkering evenals aan ondersteuning bij arbeidsinschakeling zijn verbonden;
de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik;
de wijze van controle bij de vaststelling van het (verdere) recht;
de handelwijze bij inconsequenties bij de vaststelling van het (verdere) recht;
het gebruik van themacontroles bij de beoordeling van het (verdere) recht;
Hoofdstuk 2
Artikel 3