Voor standplaatsen is de Dienstenwet van toepassing. In artikel 33 staan de richtlijnen voor het afgeven van vergunningen bij diensten omschreven. Hierin wordt onder andere omschreven dat een vergunning alleen voor bepaalde duur kan worden verleend als het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang, zoals bij standplaatsen het geval is. Een standplaatsvergunning is een schaarse vergunning en is juridisch gezien dus alleen mogelijk om vergunningen voor een bepaalde tijd te verlenen. De vergunningen zullen na afloop van de vergunningsperiode moeten worden herverdeeld volgens een objectieve , transparante wijze, die vooraf bekend gemaakt dient te worden. Op dit moment staat de looptijd van de vergunningen landelijk nog ter discussie. Naar verwachting zal er in het voorjaar van 2020 een landelijke advies worden ontwikkeld.
Vrijkomende plaatsen die ontstaan door het opzeggen van een vergunning zullen ook via een procedure als hiervoor bedoeld moeten worden herverdeeld.
De basis voor een standplaatsvergunning is opgenomen in artikel 5:18 van de APV. Hierin staat dat het verboden is om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen. De vergunning wordt geweigerd als deze in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Daarnaast kan een vergunning worden geweigerd als:
de standplaats niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
In artikel 1:8 staan de algemene geldende weigeringsgronden voor vergunningen vermeld. Hierin staat dat een vergunning, dus ook een standplaatsvergunning, kan worden geweigerd:
In het belang van de openbare orde;
In het belang van de openbare veiligheid;
In het belang van de volksgezondheid;
In het belang van de bescherming van het milieu;
Indien ter verkrijging daarvan onjuiste gegevens zijn verstrekt.
Naast het feit dat een standplaatshouder moet beschikken over een vergunning om een standplaats in te nemen, dient deze zich te houden aan een aantal, in met name de volgende wetten en verordeningen, gestelde eisen:
De Wet Ruimtelijke Ordening;
De Winkeltijdenwet;
De Warenwet;
De Wet Milieubeheer;
Overige artikelen Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad 2018.