Naar hoofdinhoud
Een voorziening voor kinderopvang mag pas starten met de opvang als het college hiervoor toestemming heeft gegeven. Daarbij hoort ook de registratie in het LRK. Een houder doet hiervoor een aanvraag tot exploitatie. In het geval van een voorziening voor gastouderopvang dient het gastouderbureau een aanvraag tot exploitatie in namens de gastouder. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de kinderopvang vanaf de eerste dag van exploitatie zoveel mogelijk is gewaarborgd, staat de gemeente Amstelveen een ‘Streng aan de poort beleid’ voor. Dit houdt in dat de GGD een aanvraag intensief onderzoekt en het college streng is bij het nemen van een besluit. Pas als duidelijk is dat structureel aan alle kwaliteitseisen kan worden voldaan, geeft het college toestemming de voorziening in exploitatie te nemen. Zo wordt handhaving achteraf voorkomen. Omdat het college meteen vanaf de start voldoende vertrouwen wil hebben dat er verantwoorde en kwalitatief goede opvang wordt geboden, kijkt het ook naar andere vergunningen die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de opvang. Dit betekent dat een nieuw kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang alleen kan starten als de beoogde locatie past binnen het bestemmingsplan en als dat vereist is een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of brandveilig gebruik aanwezig is. Bij het ontbreken van deze vergunningen wordt afgezien van registratie en daarmee de toestemming tot exploitatie. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier. Deze zijn te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

Rechtspraak bij dit artikel