Naar hoofdinhoud
Met een last onder dwangsom krijgt een houder de plicht (last) opgelegd om een overtreding te herstellen binnen een aangegeven termijn en daarna hersteld te houden. De last beschrijft de te nemen herstelmaatregel, de termijn waarbinnen deze moet worden uitgevoerd en de hoogte van de dwangsom wanneer niet binnen de termijn wordt voldaan aan de herstelmaatregel. Na afloop van de hersteltermijn wordt aan de GGD opdracht gegeven om te controleren of de houder aan de last heeft voldaan. Als uit het nader onderzoek blijkt dat de overtreding binnen de hersteltermijn is opgeheven, dan hoeft de houder de dwangsom niet te betalen. Een last wordt in de basis opgelegd per overtreden kwaliteitseis uit de Wko en aanverwante regelgeving. Een dwangsom kan worden opgelegd als bedrag ineens of per constatering van de overtreding. De hoogte van de dwangsom en de hersteltermijn staan genoemd in het afwegingsoverzicht. Wanneer nieuwe regelgeving hiertoe aanleiding geeft, zal het college deze bedragen actualiseren en opnieuw vaststellen. Als een eerste last onder dwangsom niet het gewenste effect heeft (beëindiging van de overtreding), dan kan het college besluiten een vervolg last onder dwangsom opleggen, waarbij standaard de dwangsom wordt verdubbeld. Wettelijk gezien blijft de last onder dwangsom voortduren, ook nadat de overtreding is hersteld. De houder waaraan een last onder dwangsom is opgelegd kan verzoeken om de last op te heffen. Dit kan een jaar nadat de last van kracht is geworden en geen overtreding van de betreffende kwaliteitseis is geconstateerd. Ook kan het college ambtshalve overgaan tot het opheffen van een last onder dwangsom als uit het nader onderzoek blijkt dat is voldaan aan de last. Of hiertoe wordt besloten hangt onder andere af van de inspectie- en handhavingsgeschiedenis.

Rechtspraak bij dit artikel