Als de ontvanger afwijzend heeft beslist op een verzoek om kwijtschelding, of als het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen een afwijzende beschikking van de ontvanger, voldoet de belastingschuldige het op de belastingaanslag(en) verschuldigde bedrag binnen veertien dagen na dagtekening van de afwijzende beschikking of binnen de betaaltermijnen die op het aanslagbiljet zijn aangegeven. Na deze termijn kan de ontvanger de invordering aanvangen dan wel voortzetten. Artikel 9 van de regeling is gedurende deze wachttijd van overeenkomstige toepassing.
De termijn van veertien dagen geldt niet als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10 van de wet. De termijn wordt daarnaast niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad.
Hoofdstuk 20. › Paragraaf 20.1.
Artikel 20.1.7.
Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering (26.1.7)
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Reusel-De Mierden