**1..** De aanvraag voor een omzettingsvergunning wordt door de eigenaar in drievoud ingediend bij het college op een door het college vastgesteld formulier.
**2..** Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting;
een plattegrond van de bestaande situatie, voorzien van gebruiksoppervlaktematen (schaal1:100);
een plattegrond van de gewijzigde situatie, voorzien van gebruiksoppervlaktematen, waarbij is aangegeven welke ruimten als afzonderlijke woonruimte zullen worden gebruikt (schaal1:100).
**3..** Het college is bevoegd om in het belang van het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een omzettingsvergunning aanvullende gegevens en bescheiden te vragen.
**4..** In de omzettingsvergunning vermeldt het college de volgende informatie:
het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;
de eigenaar van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;
de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;
het aantal onzelfstandige woonruimten dat gecreëerd mag worden.
**5..** Aan een omzettingsvergunning worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:
onverminderd het bepaalde in de Woningwet mogen er geen ingrijpende verbouwingen worden uitgevoerd die de geschiktheid om als woonruimte te kunnen dienen aantasten;
wijziging van het gemelde gebruik is alleen toegestaan voor zover het aantal kamers daardoor niet toeneemt;
de vergunninghouder stelt het college in kennis van de feitelijke beëindiging van het gebruik waarvoor de omzettingsvergunning is verleend;
het kamerverhuurpand mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat deze van gemeentewege op brandveiligheid en bouwkundige eisen is goedgekeurd.
**6..** Een omzettingsvergunning is zowel gebonden aan het pand alsook aan de rechthebbende op het pand en is niet overdraagbaar anders dan door rechtsopvolging na overlijden van de vergunninghouder.
**7..** Op de vergunning genoemd in artikel 2.1 is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.2