1.4.1Het instrument beheersverordening
De beheersverordening heeft het karakter van een consoliderende regeling van al bestaande rechten. Dat betekend dat alles wat op basis van de geldende planologische regelingen in het verordeningsgebied is toegestaan ten aanzien van de gebruiks-, de bouw- en inrichtingsmogelijkheden, in de voorliggende beheersverordening is overgenomen. Wat onder het begrip ‘bestaand’ moet worden verstaan en op welke wijze de regels vervolgens zijn opgesteld, is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5.
Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) heeft voorts invloed op de regeling in de beheersverordening. Om een goede regeling op te kunnen stellen is het geldende beleidskader in beeld gebracht. Daarmee wordt duidelijk welke beleidskeuzen (nog) kunnen worden gemaakt. Dit aspect is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de voorliggende toelichting.
1.4.2Vormgeving
De wijze waarop een beheersverordening moet worden opgesteld is vormvrij. Er zijn slechts enkele voorgeschreven regels waaraan een beheersverordening moet voldoen.
De beheersverordening dient langs elektronische weg te worden vastgelegd en vastgesteld.
Vervolgens moet de beheersverordening digitaal beschikbaar worden gesteld en volledig, toegankelijk en begrijpelijk moet worden verbeeld. Daarnaast geldt dat de volledige verbeelding (kaart) op papier beschikbaar moet zijn, zij het dat de elektronische versie juridisch gezien beslissend is.
De beheersverordening bevat hierdoor in ieder geval een kaart (verbeelding) waarop de grens van het verordeningsgebied is aangegeven. Logischerwijs bevat de verordening een regeling waarin de gebruiks-, bouw-, en inrichtingsmogelijkheden worden aangegeven. Voor een beheersverordening is voorts enige vorm van toelichting op de verordening noodzakelijk. Hoewel in de Wro niet uitdrukkelijk over een toelichting wordt gesproken, is het op grond van hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wel noodzakelijk dat de belangenafweging van de regels in de verordening wordt toegelicht. Bovendien is op grond van bijvoorbeeld het Besluit m.e.r. ook een belangenafweging ten aanzien van de m.e.r.-plicht verplicht. Daarmee lijkt de beheersverordening qua opbouw dan ook sterk op een bestemmingsplan.
Ook ten aanzien van de inhoud van de beheersverordening stelt de wet geen nadere eisen. Omdat tot op heden altijd bestemmingsplannen als ruimtelijk-planologisch instrument zijn opgesteld, is de voorliggende beheersverordening volgens deze opbouw en structuur opgesteld. Daar waar mogelijk zijn de Ruimtelijke Ordening Standaarden 2012 toegepast. Voor een verdere uitwerking van de vormgeving wordt verwezen naar hoofdstuk 5.
1.4.3Procedure
In de Wro is geen bijzondere voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening opgenomen. De procedure tot vaststelling van een beheersverordening is hierdoor eenvoudiger en korter dan de vaststelling van een bestemmingsplan. Het bieden van de mogelijkheid tot inspraak van belanghebbenden is daardoor niet wettelijk verplicht.
1.4.4Ontwikkelingen buiten de kaders van de beheersverordening
Omdat de beheersverordening ziet op het vastleggen van de bestaande situatie is vrijwel geen ruimte voor ontwikkelingen opgenomen. Enige ontwikkelruimte binnen de kaders van de beheersverordening is rechtstreeks ontleend aan het Barro.
Mogelijke ontwikkelingen binnen het verordeningsgebied zullen dan ook uitsluitend via een zelfstandige planologische procedure gerealiseerd kunnen worden. Hierbij kan worden gedacht aan een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Ook kan een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4
De beheersverordening
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent ruimtelijke invulling voor de Oostoever