Naar hoofdinhoud
Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst van het Besluit die beneden de drempelwaarde vallen een toets moet worden uitgevoerd of er belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De voorliggende beheersverordening heeft een consoliderend karakter. De verordening voorziet in een continuering van de bestaande activiteiten binnen het verordeningsgebied en voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. De milieueffecten van de beheersverordening zijn in de voorgaande paragrafen beschreven. Hieruit blijkt dat de activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. De beheersverordening geeft geen aanleiding voor een vervolg onderzoek in het kader van een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling.

Rechtspraak bij dit artikel