4.9.1Luchthaven
Het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (BARRO) verwijst in artikel 2.6.4, lid 4 dat ten aanzien van de hoogtebeperkingen rondom militaire luchthavens voldaan dient te worden aan wat gesteld in artikel 16 van het Besluit Militaire Luchthavens.
Het beleid welke in het Besluit Militaire Luchthavens is gesteld sluit aan bij het in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) geformuleerde beleid over obstakelvrije vlakken rond militaire luchtvaartterreinen waaraan toelaatbare hoogtes zijn verbonden voor objecten in de nabije omgeving. De ruimtelijke gevolgen voor gebieden gelegen in de nabijheid van een militair luchtvaartterrein of een radarstation zijn als volgt:
Bestaande objecten, die de maximaal toelaatbare hoogte overschrijden, strijdig zijn met de geldende criteria en daardoor resulteren in beperkingen op het vliegen of verstoring van apparatuur, zullen worden gerespecteerd;
Bestemmingsplannen waarin mogelijkheden zijn vastgelegd voor bouwwerken hoger dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte en bouwplannen die de maximaal toelaatbare bouwhoogte overschrijden maar al een onherroepelijke bouwvergunning hebben verkregen worden eveneens gerespecteerd;
Nieuwe strijdigheden met de maximaal toelaatbare bouwhoogte kunnen echter niet worden gerespecteerd, tenzij uit een toetsing van het Ministerie van Defensie blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare verstoring.
De maximaal toelaatbare hoogten worden bepaald door de ligging van de start- en landingsbanen en berusten tevens op internationaal vastgelegde afspraken.
Bij brief van 16 november 2006 heeft het Ministerie van Defensie burgemeester en wethouders van Den Helder in kennis gesteld van de obstakelbeheersgebieden rond luchtvaartterreinen en verstoringsgebieden rond radarstations. Uit dit schrijven en de daarbij behorende bijlagen blijkt dat
de obstakelvrije zone rondom het vliegveld van Den Helder is opgebouwd uit drie componenten:
Het betreft allereerst de zogenaamde invliegfunnels. Dit zijn de start- en landingsvlakken met zijkanten, die zijn vastgesteld in het verlengde van de start- en landingsbaan. Hiervoor gelden beperkingen als het gaat om het oprichten van hoge obstakels variërend van 0 tot 151 meter boven NAP.
Vanaf het vliegveld lopen deze in zowel noordoostelijke als zuidwestelijke richting. De funnels liggen deels over het plangebied.
Bij het opstellen van de beheersverordening is gekeken of de minimale hoogte van de funnels strijd oplevert met de regels van deze verordening. Dit is door het beperken van de maximale bouwhoogten voor gebouwen en objecten op de verbeelding geen overschrijding plaats van de toegestane bouwhoogte.
Funnels belemmeringszone 1
Daarnaast bestaat de zone uit de Inner Horizontal en Conical Surface (IHCS). Dit is een obstakelvrije zone voor het oprichten van bouwwerken met een hoogte van hoger dan 46 meter boven NAP rondom de gehele luchthaven (horizontaal vlak met een straal van 4 km rond de landingsdrempels). Dit vlak gaat over in een conisch vlak waarbij het oprichten van bouwwerken met een zekere hoogte niet is toegestaan. De maximale hoogte loopt op met een helling van 5% tot 145 meter over een afstand van 2 km.
Daarnaast geldt een obstakelvrije zone ter voorkoming dat de werking van de Instrument Landing System apparatuur (ILS) gestoord wordt. Deze zone bestaat uit meerdere vlakken, zowel horizontaal als oplopend, waarin een maximale bouwhoogte van toepassing is. Afwijking van deze maximum bouwhoogte is via vrijstelling toegestaan na ontvangst van een positief advies van het Ministerie van Defensie, mits de werking van de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed.
Binnen de beheersverordening worden er geen nieuwe bouwweken of objecten toegestaan die in strijd zijn met de ILS hoogtebeperkingen. De overige bebouwing is conserverend bestemd en voorzien van een maximale bouwhoogte gebaseerd op de huidige bebouwing.
ILS belemeringzone 1
4.9.2Radarverstoringsgebied rondom radars
Naast de bovenstaande beperkingen ten gevolge van de luchthaven wordt door het Ministerie van Defensie ook een aantal radarstations beheerd welke onderdeel uitmaken van een reeks radarstations waarmee een radarbeeld van het Nederlandse luchtruim wordt opgebouwd voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van militaire en burgerluchtverkeer. Een van deze radarstations staat op Marinevliegkamp De Kooy.
Deze radarsystemen dienen een vrij zicht te hebben om goed te kunnen functioneren. Objecten in de omgeving kunnen resulteren in een verstoring van het radarbeeld. Of een object verstoring oplevert is afhankelijk van de hoogte, breedte, opstelling, opbouw en het materiaal van het object. Het zogenoemde radarverstoringsgebied wordt gevormd door een cirkel met een straat van 15 NM (circa 28 km) gemeten vanaf de positie van de radar en een hoogte van 45 meter ten opzichte van de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de radar.
Een andere hoogtebeperking komt voort uit het Radarstation in Wier. De beperkende hoogte als gevolg hiervan voor Den Helder bedraagt 89 meter.
Omdat de maximum hoogte minder bedraagt dan de gestelde maximale hoogten, voldoet de beheersverordening aan de ministeriële regelgeving.
4.9.3Conclusie
Binnen het verordeningsgebied zijn een aantal objecten aanwezig welke een grotere maximale hoogte hebben dan op grond van de het hoogtebeperkingen (meer dan 45 meter) zijn toegestaan. Dit betreffen de schoorstenen behorende bij de Gasbehandelingsinstallatie van de NAM. Dit betreffen bestaande installaties. De verordening voorziet niet in nieuwbouw mogelijkheden welke in strijd zijn met de aangegeven funnels t.b.v luchtverkeer en radargebieden.
Hiermee kan geconcludeerd worden dat de hoogtebeperkingen geen belemmering vormen voor de uitvoering van deze verordening.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.9
Hoogtebeperkingen
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent ruimtelijke invulling voor de Oostoever