Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 9.

Weigeringsgronden

Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING ALMERE 2020

De aanvraag om subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd indien: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente; niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze verordening dan wel aan de in nadere regels vastgestelde criteria om voor subsidie in aanmerking te komen; verstrekking van subsidie niet past binnen door het gemeentebestuur vastgesteld beleid; de activiteiten niet dan wel niet voldoende bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen; gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder gemeentelijke subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; subsidiëring tot ongeoorloofde staatssteun dan wel oneerlijke concurrentie leidt; de subsidie is bestemd voor religieuze of politieke activiteiten; de aanvrager niet over voldoende kwaliteit en organisatiekracht beschikt om de voorgenomen activiteiten te organiseren; voor de activiteiten geen gelden op de begroting zijn gereserveerd; soortgelijke activiteiten al worden uitgevoerd door een andere gesubsidieerde partij; voor de uitvoering van de activiteiten met andere gesubsidieerde partijen kan worden samengewerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel