Het college van B&W heeft de beginselplicht om handhavend op te treden indien er een overtreding van de gemeentelijke regelgeving wordt geconstateerd. Handhaving ziet toe tot het ongedaan maken van de onrechtmatige situatie waarin bewoners permanent in de recreatiewoning verblijven. Van deze beginselplicht kan slechts in de volgende uitzonderingssituaties af worden gezien:
Er bestaat een concreet uitzicht op legalisatie;
Handhavend optreden is zodanig onevenredig in verhouding tot de daartoe te dienen belangen, dat van handhavend optreden dient te worden afgezien. Hiermee wordt bedoelt dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige afweging van de belangen. Hierbij dient niet alleen rekening gehouden te worden met de belangen van betrokkene, maar ook met die van derden en het algemeen belang.
Indien de recreatiewoning niet in aanmerking komt voor legalisatie en niet voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een persoonsgebonden ontheffing, dan zal de gemeente handhavend moeten optreden tegen de permanente bewoning. De bestuursrechtelijke handhaving geschiedt in de praktijk door middel van de bestuursdwang- en de dwangsombevoegdheid. Deze sancties zijn gericht op het beëindigen van onrechtmatige situaties als permanente bewoning van recreatiewoningen.
Financiële aspecten handhaving
Handhaving is in veel gevallen een kostbare en langdurige procedure. Afhankelijk van de omstandigheden kost het voorbereidende onderzoek voordat er overgegaan wordt tot handhaven veel tijd en geld. Het opstarten van een handhavingtraject kost de gemeente geld en levert in beginsel geen geld op. Indien er overgegaan wordt tot het opleggen van een last onder dwangsom, zal deze dwangsom aan de gemeente toekomen.