Naar hoofdinhoud
Bij het maken van beleidskeuzes dient de gemeente met verschillende omstandigheden rekening te houden. Zo dient het beleid juridisch aanvaardbaar te zijn, maar is het tevens belangrijk dat met dit onderwerp op een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt omgegaan. Een belangrijk kader met betrekking tot dit onderwerp zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Tot op heden heeft de gemeente Aalten niet handhavend opgetreden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoningen. Jarenlang heeft het Rijk en de provincie gesteld dat hiertegen juist handhavend opgetreden diende te worden. De laatste jaren heeft zowel het Rijk als de provincie de gemeenten alternatieven geboden om duidelijkheid te scheppen aan de permanente bewoners van voor 31 oktober 2003. In reeds langdurende situaties van permanente bewoning is het niet redelijk om van deze mogelijkheden geen gebruik te maken. Handhavend optreden zal in deze gevallen bestempeld kunnen worden als strijdig met het redelijkheid- en rechtszekerheidbeginsel en heeft waarschijnlijk weinig kans van slagen. Bij het maken van de beleidskeuzes is er onderscheid gemaakt tussen recreatiewoningen gevestigd op bungalowpark Schepersveld en solitair gelegen recreatiewoningen. Deze afwegingen in overweging nemende is de gemeente Aalten tot de volgende keuze gekomen met betrekking tot de permanente bewoning van recreatiewoningen. Recreatiewoningen die op of voor 31 oktober 2003 permanent worden bewoond door dezelfde persoon/personen legaliseren door middel van herziening van het bestemmingsplan en meenemen in de algemene herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2004, indien de woning voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden. Herbestemming is slechts mogelijk indien bewoner de recreatiewoning in eigendom heeft; Recreatiewoningen gesitueerd op bungalowpark Schepersveld komen niet in aanmerking voor legalisatie door middel van herziening van het bestemmingsplan. Permanente bewoners van bungalowpark Schepersveld van voor 31 oktober 2003 hebben de mogelijkheid om een persoonsgebonden ontheffing aan te vragen indien de woning voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden; Permanente Bewoners van recreatiewoningen die op of voor 31 oktober 2003 de woning permanent bewonen, die niet voldoen aan de voorwaarde voor legalisatie, komen in aanmerking voor een persoonsgebonden ontheffing indien er wordt voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden; Permanente bewoners van na 31 oktober 2003 wordt een redelijke termijn geboden, door middel van een tijdelijke ontheffing c.q. begunstigingstermijn, om elders een woning te vinden waar het wel is toegestaan permanent te verblijven. De tijdelijke ontheffing wordt voor een periode van maximaal vijf jaar verleend. Deze periode is afhankelijk van de duur van de onrechtmatige bewoning. De begunstigingstermijn bedraagt maximaal zes maanden. Na afloop van deze periode zal er handhavend opgetreden worden indien de overtreding zich voortzet; Legalisatie doormiddelvan bestemmingswijziging Met de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2004 zijn een aantal recreatiewoningen, gelegen in het gebied ‘de Hollenberg’, in het kader van het overgangsrecht gelegaliseerd door middel van een bestemmingswijziging. Uitgangspunt was destijds dat tegen de bewoners van de gelegaliseerde recreatiewoningen, die aantoonbaar voor 3 mei 1977 (datum van kracht worden bestemmingsplan “Buitengebied Aalten 1977”) permanent hun recreatiewoning bewoonden, redelijkerwijs niet meer handhavend kon worden opgetreden. Bij de beoordeling of een recreatiewoning in aanmerking kwam voor bestemmingswijziging is destijds gekeken naar de datum van inschrijving in het GBA van de bewoner. In een aantal inspraakreacties is destijds, door een aantal andere bewoners van recreatiewoningen, eveneens om een woonbestemming verzocht. Hierbij is niet gebleken dat deze woningen voor herbestemming in aanmerking kwamen. Er hebben zich op Rijksoverheid- en provinciaal niveau ontwikkeling voorgedaan, waarmee de mogelijkheden voor herbestemming van jarenlang permanent bewoonde recreatiewoningen zijn versoepeld. Recreatiewoningen die op of voor 31 oktober 2003 permanent door dezelfde bewoner worden kunnen middels een bestemmingswijziging worden gelegaliseerd. Dit is een keuze die de gemeenten moeten maken. De woningen die in aanmerking komen voor legalisatie worden echter reeds sinds jaren niet meer op een recreatieve wijze gebruikt. Het zal daarom niet of nauwelijks merkbaar zijn indien deze woningen uit het recreatiewoningenbestand worden onttrokken. Bovendien zal de bestemmingswijziging de bewoners stimuleren om de kwaliteit van de woning te verbeteren. De gemeente heeft er daarom voor gekozen om de recreatiewoningen, die voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden, in aanmerking te laten komen voor legalisatie door middel van herziening van het bestemmingsplan. Als aanvullende voorwaarde stelt de gemeente Aalten dat de bewoner van de recreatiewoning eigenaar van de woning moet zijn op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Woningen gesitueerd op bungalowpark Schepersveld komen hiervoor niet in aanmerking. Deze dienen in beginsel op een recreatieve wijze gebruikt te worden, omdat de gemeente Aalten het niet wenselijk acht dat er op dit park een combinatie ontstaat van bewoners die permanent op het park verblijven en bewoners die recreëren op het park. De aanvrager is voor de bestemmingswijziging leges verschuldigd op grond van de geldende legesverordening. Persoonsgebondenontheffing Recreatiewoningen die gelegen zijn binnen waardevolle en/of kwetsbare gebieden die als zodanig door het Rijk, de provincie of de gemeente zijn aangewezen, alsmede de woningen gesitueerd op bungalowpark Schepersveld komen niet in aanmerking voor legalisatie door middel van een bestemmingswijziging. De gemeente Aalten maakt gebruik van de mogelijkheid om voor deze bewoners, die op of voor 31 oktober 2003 permanent de recreatiewoning bewonen, de gelegenheid te bieden om een persoonsgebonden ontheffing aan te vragen. De recreatiewoning blijft hierdoor haar recreatieve bestemming behouden. Aan het verstrekken van de ontheffing worden de volgende voorwaarden verbonden: De ontheffing wordt uitsluitend verleend aan de aanvrager en diens met name genoemde meerderjarige huisgenoten die op voor 31 oktober 2003 permanent en onafgebroken de recreatiewoning bewonen; De recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; Bewoning is niet in strijd met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden; De ontheffing is persoons- en objectgebonden en is niet overdraagbaar; De ontheffing komt te vervallen indien degenen aan wie de beschikking is gericht de bewoning beëindigen; Betrokken personen dienen ingeschreven te staan in het GBA van de gemeente Aalten. Indien zij niet ingeschreven staan dient dit alsnog te gebeuren. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een persoonsgebonden ontheffing is de aanvrager leges verschuldigd op grond van de geldende legesverordening. Handhaving Indien legalisatie of het verstrekken van de persoonsgebonden beschikking niet mogelijk is, zal de gemeente Aalten handhavend moeten optreden tegen gevallen van permanente bewoning die geconstateerd worden. De illegale situatie wordt dan immers niet middels de bovenstaande opties ongedaan gemaakt. Handhaving is dan noodzakelijk. Tegen nieuwe gevallen van permanente bewoning, ontstaan na de peildatum van 31 oktober 2003, wordt in beginsel per definitie handhavend opgetreden. Bewijsmiddelen In het verleden is in meerdere gemeenten gebleken dat handhavend optreden tegen de permanente bewoning tot moeizame en zeer kostbare procedures kan leiden, die uiteindelijk niet tot het gewenste resultaat leiden. Het is daarom van belang dat indien er na constatering van een overtreding wordt gekozen voor handhaving, dat er een goede voorbereidende onderzoek wordt verricht aan de hand waarvan wordt besloten al dan niet over te gaan tot het handhavend optreden tegen de geconstateerde overtreding. Uitgangspunt is dat de gemeente dient te bewijzen dat de recreatiewoning permanent wordt bewoond. Inschrijving in het GBA of een verklaring van de bewoner vormt een bewijsvermoeden dat betrokkene de woning permanent bewoond. Het is voor betrokkene voldoende om dit vermoeden in twijfel te trekken, het tegendeel hoeft dus niet bewezen te worden. De permanente bewoning is moeilijk te bewijzen indien betrokkene niet ingeschreven staat in het GBA. In deze situatie dient er bij een vermoeden van permanente bewoning op een andere wijze aangetoond te moeten worden. Middelen die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn onder meer: Het controleren van registratiesystemen; Verklaringen van burgers; Waarnemingen ter plaatse; Opvragen van gegevens bij de belastingdienst Vooraankondiging Indien uit het onderzoek is gebleken dat er een redelijk vermoeden bestaat van permanente bewonen, zal de bewoner middels een vooraankondiging aangeschreven worden. De betrokkene wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Hierna heeft de bewoner de mogelijkheid om een tijdelijke ontheffing (artikel 3.22 Wro lid 1) als overbruggingstermijn aan te vragen, waarmee diegene de mogelijkheid wordt geboden om elders in een reguliere woning hoofdverblijf te vinden. Per aanvraag wordt beoordeeld voor hoelang de tijdelijke ontheffing wordt verleend. Dit is onder meer afhankelijkheid van de periode dat bewoner reeds permanent in de recreatiewoning verblijft. De maximale periode van de ontheffing bedraagt echter vijf jaar. Indien betrokkene niet wenst gebruik te maken van de tijdelijke ontheffingsmogelijkheid of indien de ontheffingsperiode is verlopen, en er is nog steeds sprake van een overtreding, zal er overgegaan worden tot het inzetten van een handhavingstraject. Betrokkene krijgt hierbij middels een begunstigingstermijn van zes maanden de tijd elders een hoofdverblijf te vinden, waarmee de overtreding ongedaan wordt gemaakt. Bestuurlijke sanctie Wanneer betrokkene na afloop van de begunstigingstermijn de overtreding niet ongedaan heeft gemaakt, zal de gemeente overgaan tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de vorm van het opleggen van een last onder dwangsom. De maximale hoogte van een dwangsom is niet bij wet vastgesteld. Het bedrag dient echter in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de overtreding. Indien het opleggen van een dwangsom niet tot het gewenste resultaat leidt, de opheffing van de overtreding, kan de gemeente na verbeuring van de dwangsommen besluiten tot het overgaan op bestuursdwang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel