Naar hoofdinhoud
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om de bijstand verstrekt op grond van het Bbz te herzien, in te trekken en terug te vorderen. Het gaat hier om de bevoegdheden zoals bedoeld in de artikelen 54, derde en vierde lid, 58, tweede lid en 59 van de wet, en de artikelen 12, tweede lid, onderdeel c, 41, vierde en vijfde lid, en 43, derde lid van het Bbz. Het college kan de bijstand terugvorderen; bij het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid van het Bbz; of een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, in het geval het bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten betreft. Het college kan in geval van dringende redenen geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel