Naar hoofdinhoud
1.. Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling kan worden verleend, indien: redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien (artikel 48 lid 2 sub a van de wet). de noodzaak tot bijstandverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening van het bestaan (artikel 48 lid 2 sub b van de wet); de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft (artikel 48 lid 2 sub c van de wet); het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft (artikel 48 lid 2 sub d van de wet); het bijstand voor duurzame gebruiksgoederen betreft (artikel 51 van de wet). 2.. In beginsel wordt bijstand in de vorm van borgtocht verleend en wel tot een maximumbedrag gelijk aan 36 maanden de aflossingscapaciteit. Als er geen mogelijkheid is een banklening af te sluiten, dan wordt beoordeeld of leenbijstand kan worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel