Naar hoofdinhoud
1.. De bijzondere bijstand die wordt verleend in afwachting van andere middelen moet ineens geheel worden afgelost als de belanghebbende over deze middelen beschikt. 2.. De maandelijkse aflossingsruimte voor overige bijstand in de vorm van een geldlening bedraagt; bij een inkomen op bijstandsniveau 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. als het netto inkomen 120% van de bijstandsnorm te boven gaat, wordt ook 50% van het meerdere aangewend als aflossingsruimte. 3.. Bij verstrekking van leenbijstand wordt als uitgangspunt gehanteerd dat een cliënt gedurende maximaal 36 maanden aaneengesloten aflost op de geldlening. Zodra gedurende 36 maanden volledig aan de aflossingsverplichtingen is voldaan wordt een eventueel restant van de lening buiten invordering gesteld (als bijstand om niet verstrekt). 4.. Als de geldlening het gevolg is van verwijtbaar handelen of nalatigheid van de belanghebbende kan de aflossingsduur worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel