**1..** Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel beëindigen of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking vanjuiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende Pgb zijn aangewezen;
de gemeente niet (meer) verantwoordelijk is voor de jeugdige op basis van het woonplaatsbeginsel;
de jeugdige is overleden;
de jeugdige of zijn ouders aangeeft/aangeven dat er een verandering in de situatie is;
de individuele voorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de aan de voorwaarden van het Pgb;
de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;
de jeugdige of zijn ouders het Pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is;
de jeugdige langer dan zes weken per jaar of langer dan vier weken aaneengesloten in het buitenlandverblijft, tenzij hiervoor nadrukkelijk vóóraf toestemming is gegeven door het college;
de jeugdige langer dan zes weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of deZorgverzekeringswet;
De budgethouder geen verantwoording over de besteding van het Pgb aflegt;
De budgethouder Pgb omzet in een voorziening in natura of andersom of
het college vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet.
**2..** Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
**3..** Als het college een besluit op grond van het eerste lid van dit artikel heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb.
Artikel 22