**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van Den Helder;
de wet: de Participatiewet;
Awb: Algemeen wet bestuursrecht;
WTOS: Wet Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
Wsf: Wet studiefinanciering 2000;
student: een persoon die onderwijs uit ’s Rijks kas bekostigd volgt of tijdensde referteperiode heeft gevolgd;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschiktewerkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschiktegewezen zelfstandigen;
Wajong: Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten;
peildatum: de datum waarop het recht ontstaat voor zover deze datum niet ligt voorde datum waarop het verzoek is ingediend, artikel 44 lid 1 van de wet;
referteperiode: een aaneengesloten periode van 36 maanden voorafgaand aan depeildatum;
inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 lid 1 van de wet, waarop voor dezinsnede onder sub c van het artikel ”een periode waarover een beroep opbijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de referteperiode”.
Een bijstandsuitkering wordt in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op een individuele inkomenstoeslag als inkomen aangemerkt;
uitzicht opinkomensverbetering: de mogelijkheid om een ruimer inkomen te kunnen verkrijgen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1