Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Wat zijn de specifieke criteria voor subsidieverlening?

Onderdeel van Regeling subsidie stimulering sociale huurwoningen gemeente Oisterwijk 2021

Voor het verlenen van subsidie op grond van deze regeling gelden de navolgende specifieke criteria: De aanvrager realiseert de sociale huurwoning(en) in de gemeente Oisterwijk en zijn bestemd voor de doelgroep één- en tweepersoonshuishoudens. Onder een sociale huurwoning wordt verstaan een zelfstandige huurwoning met een maandhuur onder de liberalisatiegrens. In het kader van de onderhavige subsidieregeling dient de maandhuur te liggen onder de aftoppingsgrens, zoals beschreven in art. 12 lid 5; De aanvrager moet aantoonbaar in staat te zijn uitvoering te geven aan de activiteit zoals genoemd in artikel 3 van deze regeling; De subsidies in het kader van deze regeling worden verstrekt met toepassing van de de-minimisverordening als de aanvrager een rechtspersoon is. De aanvrager vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt. Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000,- over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de de-minimissteun. De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de de-minimisverordening; Voor realisatie van woningen door middel van functiewijziging of woningsplitsing geldt dat de sociale huurwoningen binnen 3 jaar na het verlenen van de subsidie gerealiseerd moeten zijn. Voor nieuwbouw geldt dat binnen 3 jaar na de verlening van de subsidie gestart moet zijn met de bouw van de woningen. Na de realisatie worden de sociale huurwoningen gedurende minimaal 10 jaar voor sociale verhuur aangeboden via het woonruimteverdelingssysteem Woning in Zicht (of een soortgelijk of opvolgend systeem), zodat de woningen via een transparant systeem worden aangeboden en toegewezen aan woningzoekenden met een passend inkomen. Indien er sprake is van een specifieke (zorg) doelgroep of de realisatie van één woning kan hiervan in overleg met de gemeente worden afgeweken; De woningen worden voor minimaal 10 jaar ingezet als sociale huurwoning tegen een huurprijs die niet hoger is dan de jaarlijks vastgestelde eerste aftoppingsgrens, zoals bedoeld in artikel 20, tweede lid, sub a, van de Wet op de huurtoeslag. De eerste aftoppingsgrens ligt op € 619,01 per 1 januari 2020, ook wel lage aftoppingsgrens genoemd. Deze grens geldt voor één- en tweepersoonshuishoudens. Ter waarborging van de redelijkheid van de verhouding huurprijs en kwaliteit van de te realiseren sociale huurwoningen dient de aanvrager het woningwaarderingsstelsel (voor info zie rijksoverheid.nl) als uitgangspunt te nemen bij de bepaling van de huurprijs. Daarnaast geldt dat de woningen een gebruiksoppervlakte van minimaal 50 m2 dienen te hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel