Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.12

Archeologische vondsten

Onderdeel van Algemene voorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Oldebroek 2020

In de bodem van de onroerende zaak kunnen zaken of omstandigheden worden aangetroffen van monumentale of archeologische waarde in de zin van de Monumentenwet. Graafwerkzaamheden in het verkochte worden ten aanzien van archeologische vondsten aangemerkt als een opgraving in de zin van de Monumentenwet. De gemeente behoudt zich de eigendom van dergelijke vondsten voor, voor zover de wet zich daartegen niet verzet. De koper wordt van dergelijke zaken of omstandigheden slechts als eigenaar beschouwd indien en voor zover hij overeenkomstig artikel 43 van de Monumentenwet kan aantonen daarvan eigenaar te zijn en is verplicht aan de gemeente van eventuele vondsten melding te maken. Bij het verrichten van werkzaamheden op de verkochte kavel die verstoring van de bodem met zich meebrengen zal namens de gemeente door een opgravingsbevoegd instituut toezicht worden gehouden op de aanwezigheid van eventuele monumentale of archeologisch waardevolle zaken of omstandigheden in de bodem. In geval er bij de onder a. en b. bedoelde werkzaamheden zaken of omstandigheden worden aangetroffen als bedoeld in artikel 47 van de Monumentenwet, wordt daarvan door de toezichthouder onmiddellijk aan de burgemeester melding gemaakt. De burgemeester kan daarop de werkzaamheden in het gebied waarin deze zaken of omstandigheden zijn aangetroffen met onmiddellijke ingang voor ten hoogste drie dagen stilleggen. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op grond van 42 van de Monumentenwet de mogelijkheid om de werkzaamheden voor een langere termijn dan genoemd op te schorten. De kosten en schade ontstaan door het stilleggen van de werkzaamheden gedurende de eerste drie dagen zullen, voor zover deze niet door de Staat vergoed worden, ieder voor de helft voor rekening komen van de gemeente en de grondexploitant tezamen. De kosten van het doen van onderzoek, opgraving en de overige werkzaamheden daartoe komen, voor zover deze niet door de Staat vergoed worden, voor rekening van de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel