Ten behoeve en ten laste van het over te dragen perceel c.q. het aan de gemeente in eigendom verblijvende perceel wordt/worden gevestigd en aangenomen de erfdienstbaarheid/-heden zoals aangegeven in de verkoopovereenkomst en/of op de daarbij behorende tekening.
Ook voor wat betreft de aanwezigheid van ondergrondse en bovengrondse kabels en leidingen, rioleringen, waterafvoeren, ventilatiesystemen, lichtinval, inankeringen, inbalkingen en overbouwingen zullen de nodige erfdienstbaarheden worden gevestigd waardoor de toestand waarin de onroerende zaken zich ten opzichte van elkaar na afbouw bevinden, gehandhaafd blijven. Hieronder kan echter nimmer een verbod tot bouwen of verbouwen worden verstaan.
Indien de onroerende zaak (mede) wordt gebruikt voor het stichten van panden in een aaneengesloten bouw, zodanig, dat ten behoeve van aan de achterzijde ingesloten panden een uitpad nodig zal zijn, kan het college van burgemeester en wethouders de gezamenlijke eigenaren van de aaneengesloten bouw of één hunner verplichten om de benodigde grond te bestemmen voor achteruitpad ter breedte van anderhalve meter (1.50 meter).
Dit uitpad moet in goede staat onderhouden worden en aan de betrokken mede-eigenaren/gebruikers moet in dat geval het recht van erfdienstbaarheid worden verleend. De kosten van vestiging komen ten laste van de gezamenlijke eigenaren van de heersende erven.
HOOFDSTUK 3: › TITEL 4:
Artikel 3.21
Erfdienstbaarheden
Onderdeel van Algemene voorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Oldebroek 2020