3.1 Toepassing ander ruimtelijk plan
3.1.1 Toepassing
Ter plaatse van het Besluitvlak 2 'Buitengebied Aalburg 2016' zijn:
de voorschriften/regels en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(en) van de hierna aangegeven ruimtelijke plannen, alsmede de verleende vrijstellingen, ontheffingen en afwijkingen van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening.
Besluitvlak (verbeelding)*
ruimtelijk plan van toepassing
vastgesteld
goedgekeurd
bsp Buitengebied herziening 1999 en bsp Buitengebied, herziening 2009
- Buitengebied, herziening 1999, en - Buitengebied, herziening 2009
30-03-2000 27-04-2010
07-11-2000
bsp Wijk en Aalburg
Wijk en Aalburg
30 -03-2000
21-10-2000
paraplubestemmingsplan Wonen
Wonen
19-11-2019
nvt
bsp Dubbelbestemmingen en Gebiedsaanduidingen
Dubbelbestemmingen en Gebiedsaanduidingen
31-10-2017
nvt
* Van de bestemmingsplannen zijn de voorschriften/regels en plankaarten/verbeeldingen als Bijlage 15, Bijlage 16, Bijlage 17, Bijlage 18, Bijlage 19, Bijlage 20, Bijlage 21, Bijlage 27, Bijlage 28, Bijlage 29, Bijlage 30, Bijlage 31, Bijlage 32, Bijlage 33, Bijlage 34, Bijlage 35, Bijlage 36, Bijlage 37, Bijlage 38 en Bijlage 39 in de Bijlagen bij de regels opgenomen.
3.1.2 Uitzondering op planregels ruimtelijke plannen
Van de regels van de bestemmingsplannen opgenomen in de tabel in 3.1.1 zijn uitgesloten:
leden of artikelen in de in de bijlagen bij de in 3.1.1 genoemde regels, waarin nadere eisen, wijzigingsbevoegdheden, strafbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen zijn opgenomen,
de vrijstellingsbepalingen zoals genoemd in artikel 3.2 Toegevoegde, gewijzigde bepalingen
3.2 Toegevoegde, gewijzigde bepalingen
Aan de voorschriften/regels van de in de tabel in 3.1.1 genoemde bestemmingsplannen wordt toegevoegd danwel gewijzigd:
3.2.1 Wijzigingen artikel 4 agrarisch gebied
Aan artikel 4 'Agrarisch gebied' worden de volgende bepalingen toegevoegd, gewijzigd danwel geschrapt:
Lid 1 Doeleinden:
sub a agrarische bedrijvigheid, niet zijnde veehouderij bedrijven met uitzondering van veehouderijbedrijven zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 15 BG Aalburg 2013 B1 Bestaande veehouderijbedrijven
sub b hobbymatig houden van dieren. (toegevoegd)
Aan Lid 2 Toegestane bouwwerken wordt toegevoegd:
met dien verstande dat voor veehouderijbedrijven zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 15 BG Aalburg 2013 B1 Bestaande veehouderijbedrijven, toename van de bestaande oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van de veehouderij niet is toegestaan.
lid 5 Toename oppervlakte bedrijfsgebouwen van een veehouderij (toegevoegd):
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2. om binnen het bouwvlak een toename van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een veehouderij toe te staan, mits:
de gronden behoren bij een bestaande veehouderij zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'bestaande veehouderijbedrijven';
maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij conform de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Verordening Ruimte 2014 zijn vastgesteld;
de bebouwing inpasbaar is in de omgeving, waarbij rekening is gehouden met de volksgezondheid en de effecten op het milieu;
is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen voor de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 micogram/m³;
is aangetoond dat er een zorgvuldige dialoog is gevoerd door de initiatiefnemer, gericht op het betrekken van de belangen van de directe omgeving in de planontwikkeling, voorafgaand aan de besluitvorming omtrent de omgevingsvergunning;
op gronden met de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' met behulp van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Verordening Ruimte 2014 zijn vastgesteld is aangetoond dat het bedrijf in voldoende mate grondgebonden is.
Lid 5 'Vrijstelling tweede bedrijfswoning' (vervalt).
Lid 6 'Vrijstelling mestopslag en andere silo's buiten bouwperceel' (vervalt).
Lid 13 'Wijzigingsbevoegdheid collectieve mestopslag' (vervalt).
3.2.2 Wijzigingen artikel 5 Agrarisch gebied met landschapswaarden
Aan artikel 5 'Agrarisch gebied met landschapswaarden' worden de volgende bepalingen toegevoegd, gewijzigd danwel geschrapt:
lid 1 Doeleinden
sub a. agrarische bedrijvigheid;
(vervalt);
niet zijnde veehouderij bedrijven met uitzondering van veehouderijbedrijven zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'bestaande veehouderijbedrijven' en dat de intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan binnen de bouwpercelen waar dat als zodanig is aangeduid;
sub l. hobbymatig houden van dieren;
lid 5 Toename oppervlakte bedrijfsgebouwen van een veehouderij (toegevoegd)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2. om binnen het bouwvlak een toename van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een veehouderij toe te staan, mits:
de gronden behoren bij een bestaande veehouderij zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'bestaande veehouderijbedrijven';
maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij conform de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Verordening Ruimte 2014 zijn vastgesteld;
de bebouwing inpasbaar is in de omgeving, waarbij rekening is gehouden met de volksgezondheid en de effecten op het milieu;
is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen voor de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 micogram/m³;
is aangetoond dat er een zorgvuldige dialoog is gevoerd door de initiatiefnemer, gericht op het betrekken van de belangen van de directe omgeving in de planontwikkeling, voorafgaand aan de besluitvorming omtrent de omgevingsvergunning;
op gronden met de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' met behulp van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Verordening Ruimte 2014 zijn vastgesteld is aangetoond dat het bedrijf in voldoende mate grondgebonden is.
Lid 5 'Vrijstelling tweede bedrijfswoning' (vervalt).
Lid 7 'Vrijstelling mestopslag en andere silo's buiten bouwperceel' (vervalt).
Lid 13 Wijzigingsbevoegdheid verschuiving en vergroting bouwpercelen (vervalt).
Lid 14 'Wijzigingsbevoegdheid collectieve mestopslag' (vervalt).
Lid 15 'Wijzigingsbevoegdheid collectieve mestopslag' (vervalt).
Lid 16 Procedure bij wijziging (vervalt).
3.2.3 Wijzigingen artikel 6 agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden
Aan artikel 6 'Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden' worden de volgende bepalingen toegevoegd, gewijzigd danwel geschrapt:
Lid 1 Doeleinden
sub a ararische bedrijvigheid, met uitzondering van de intensieve veehouderij en veehouderijbedrijven zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 15 BG Aalburg 2013 B1 Bestaande veehouderijbedrijven sub f hobbymatig houden van dieren.
lid 3 Toegestane bouwwerken
met dien verstande dat voor veehouderijbedrijven zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'bestaande veehouderijbedrijven', toename van de bestaande oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van de veehouderij niet is toegestaan. (toegevoegd)
lid 6 Toename oppervlakte bedrijfsgebouwen van een veehouderij (toegevoegd)
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2. om binnen het bouwvlak een toename van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een veehouderij toe te staan, mits:
de gronden behoren bij een bestaande veehouderij zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'bestaande veehouderijbedrijven';
maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij conform de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Verordening Ruimte 2014 zijn vastgesteld;
de bebouwing inpasbaar is in de omgeving, waarbij rekening is gehouden met de volksgezondheid en de effecten op het milieu;
is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen voor de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 micogram/m³;
is aangetoond dat er een zorgvuldige dialoog is gevoerd door de initiatiefnemer, gericht op het betrekken van de belangen van de directe omgeving in de planontwikkeling, voorafgaand aan de besluitvorming omtrent de omgevingsvergunning;
op gronden met de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' met behulp van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Verordening Ruimte 2014 zijn vastgesteld is aangetoond dat het bedrijf in voldoende mate grondgebonden is.
Lid 6 'Vrijstelling tweede bedrijfswoning' (vervalt).
Lid 10 'Wijzigingsbevoegdheid verschuiving en vergroting bouwpercelen' (vervalt).
Lid 11 Procedure bij wijziging (vervalt).
3.2.4 Wijzigingen artikel 28 Gebruik van gronden en bouwwerken
Lid 2 Vormen van verboden gebruik :
sub e. mestbewerking is niet toegestaan (toegevoegd);
sub f. het gebruik van gronden, gebouwen en/of overkappingen waarbij een toename plaatsvindt van de stikstofemissie (de stikstofemissie zoals aanwezig op het tijdstip van vaststelling van het plan) als gevolg van een wijziging van dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen vanaf het betreffende agrarische bedrijf of de betreffende gronden. (toegevoegd);
lid 9 Afwijken van de gebruiksregels (toegevoegd)
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 28 lid 2 onder f, wanneer het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de wijziging en/ of uitbreiding van de bestaande veestapel (of wijziging van het bestaande stalsysteem) en/of ten behoeve van de oprichting en/ of wijziging en/ of uitbreiding van mestplaten, mestsilo's en mest- en/ of organische (bij)productvestiging, al of niet na interne of extere saldering geen toename van stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000 gebied, afzonderlijk en, in geval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting.
Voordat burgemeester en wethouders de afwijking verlenen vragen zij het bevoegd gezag ingevolge de Wet natuurbescherming om advies. De adviesaanvraag zal in ieder geval betrekking hebben op de vraag of de handeling die het betreft past binnen de beleidskaders die het betrokken bevoegd gezag hiertoe heeft vastgesteld.
3.2.5 Artikel 30 wijzigingsbevoegheden (vervalt)
Geheel artikel 30 'wijzigingsbevoegdheden' komt te vervallen.
3.2.6 Artikel 9 Agrarisch kernrandgebied (BP Wijk en Aalburg)
Aan lid A Doeleindenomschrijving wordt toegevoegd: en het hobbymatig houden van dieren.
3.2.7 Artikel 10 Agrarisch bouwblok (Bsp Wijk en Aalburg)
Aan lid A Doeleindenomschrijving wordt toegevoegd: en het hobbymatig houden van dieren.
3.2.8 Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden (Bsp Wijk en Aalburg)
Aan lid A Doeleindenomschrijving wordt toegevoegd: en het hobbymatig houden van dieren.
Hoofdstuk 2
Artikel 3