Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10

Artikel 33

Overgangsbepaling

Onderdeel van Verordening Algemene Begraafplaatsen Ridderkerk 2020

1.. Voor onbepaalde tijd uitgegeven graven worden geacht te zijn uitgegeven volgens de bepalingen van deze verordening. Het recht om in deze grafruimte te doen begraven tot aan het tijdstip dat de begraafplaats of het gedeelte van de begraafplaats waar deze graven gelegen zijn gesloten wordt verklaard, blijft gehandhaafd. Het recht om in deze grafruimte te doen begraven kan door het college vervallen worden verklaard indien het beschrevene in artikel 17 lid 9 en 10, artikel 18 lid 3 of artikel 19 lid 1 zich voor doet. 2.. De voor bepaalde tijd uitgegeven graven worden geacht te zijn verleend volgens de bepalingen van deze verordening. 3.. In uitzondering op lid 1 en 2 geldt artikel 26 lid 1 van deze verordening niet voor de graven die zijn uitgegeven voor het inwerkingtreden van deze verordening. Voor deze graven gelden de regels met betrekking tot onderhoud zoals beschreven in de geldende verordening uit de tijd van de verlening van het uitsluitend recht tot begraven of bijzetten van as voor het betreffende graf. 4.. De vergunningen voor de bij het in werking treden van deze verordening op de begraafplaatsen aanwezige gedenktekens worden geacht krachtens deze verordening te zijn verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel