Het startpunt voor het onderzoek is zowel bij Jeugd als Wmo het gesprek. Daarbij is aandacht voor:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
het te bereiken gewenste resultaat;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te voorzien in zijn behoefte;
de mogelijkheid om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn situatie;
de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger(s) van de cliënt;
de mogelijkheid om gebruik te maken van algemene voorzieningen;
de mogelijkheden van maatwerkvoorzieningen;
de rechten en plichten van de cliënt, de vervolgprocedure en de verwerking van zijn cliëntsgegevens;
welke eigen bijdrage voor de cliënt van toepassing is.
Voor een zorgvuldig onderzoek zijn de volgende stappen van belang:
Stap 1 - inventariseer de hulpvraag
Als de cliënt een melding doet van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp moet allereerst de hulpvraag worden vastgesteld.
Stap 2 - breng de onderliggende problematiek in kaart
Vervolgens wordt vastgesteld welke problemen de cliënt ondervindt bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Bij jeugdigen wordt gekeken welke opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen er zijn.
Stap 3 - stel de aard en de omvang van de noodzakelijke hulp vast
Als de problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, wordt bepaald welke ondersteuning nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving. Voor de jeugdige wordt bepaald welke ondersteuning nodig is om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te kunnen participeren.
Stap 4 - breng eigen kracht, gebruikelijke hulp, netwerk, mantelzorg, voorliggende voorzieningen in kaart
Vervolgens wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden.
Stap 5 - stel vast welke voorziening nog moet worden ingezet
Pas als de eigen mogelijkheden ontoereikend zijn, wordt een maatwerkvoorziening toegekend. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies moeten worden gevraagd.
De resultaten van het onderzoek worden vastgelegd in een plan van aanpak. De cliënt heeft de mogelijkheid om in het plan van aanpak of het verslag correcties en aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke plan van aanpak, maar worden aan het oorspronkelijke plan van aanpak of verslag toegevoegd.
Een passing van een voorziening (bijvoorbeeld een rolstoel), een haalbaarheidstraining, een offerte door een woningaanpassingsbedrijf of een medisch onderzoek kunnen ook onderdeel uitmaken van het onderzoek.
Bij een medisch onderzoek wordt vastgesteld of er sprake is van beperkingen waardoor de cliënt niet kan deelnemen aan het leven van alledag. Hierbij speelt de medisch adviseur (arts in dienst van een door de gemeente gecontracteerd bureau voor sociaal medisch advies) een belangrijke rol om te bepalen of voorzieningen medisch noodzakelijk zijn of dat deze juist anti-revaliderend werken. De medisch adviseur kan tevens uitsluitsel geven over de vraag of er sprake is van een langdurige noodzaak. Onder ‘langdurig’ wordt over het algemeen verstaan langer dan 6 maanden of dat het een blijvende situatie betreft. Onder een ‘blijvende situatie’ wordt ook de terminale levensfase verstaan. Voor thuisondersteuning kan het ook om een kortere periode gaan, bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis. Waar precies de grens ligt tussen kortdurend en langdurig zal per situatie verschillen. Als de verwachting is dat cliënt na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal kunnen functioneren, dan mag van kortdurende medische noodzaak worden uitgegaan. Bij een wisselend ziektebeeld, waarbij verbetering in de toestand opgevolgd wordt door periodes van terugval, kan uitgegaan worden van een langdurige medische noodzaak.
In de praktijk kan tijdens het onderzoek blijken dat er meer tijd nodig is om tot een goede beoordeling van de situatie te komen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als moet worden gewacht op informatie van derden, en als, in het geval van een woningaanpassing, niet duidelijk is of de noodzakelijke vergunningen wel kunnen worden afgegeven. In overleg met de cliënt kan dan afgeweken worden van de onderzoekstermijn van maximaal zes weken.